R.K. Basisschool “De Maasoever”

 

De schoolgids is ook hier volledig te downloaden

 

 

Inhoudsopgave

 

  1. Woord vooraf

 

  1. De Maasoever; een ‘bijzondere school’ , die openstaat voor iedereen

        2.1             Inleiding

        2.2             Klimaat

      2.3             Visie

        2.4             Uitgangspunten en doelstellingen

        2.5             Het schoolplan 2010-2014

        2.6             Kwaliteitsbeleid

 

3.  De school

 

  1. De organisatie van ons onderwijs

      4.1             Algemeen

        4.2             Wie werken er in de school?

        4.3             Activiteiten voor de onderbouw

4.3.1            Algemeen

4.3.2           Dagindeling

        4.4            Activiteiten voor de groepen 3 t/m 8

      4.4.1         Algemeen

      4.4.2         Zelfstandig werken

 

5.  Regels en afspraken

        5.1             Schoolregels

        5.2             Schoolgids/Jaarkalender

        5.3             Nieuwsbrief- website

        5.4             Lesuitval

        5.5             Ziek worden tijdens de les

        5.6             Jeugdzorg-Schoolarts en logopedie

        5.7             Bezoek tandarts en dokter

        5.8             Traktaties op school-verjaardagen

        5.9             Andere schoolactiviteiten

        5.10           Sponsoring

        5.11            Halen en brengen

        5.12           Gevonden voorwerpen

        5.13           Hoofdluis

        5.14           Mobiele telefoons

        5.15           Pauze

        5.16           Persoonlijke eigendommen

        5.17           Toelating

        5.18           Schorsen/verwijderen van leerlingen

 

 

5.18.1       Schorsen

5.18.2       Verwijderen

 

6.  Basisvaardigheden

6.1          Algemeen

6.2          Lezen

           6.2.1        Technisch lezen

           6.2.2       Begrijpend/studerend lezen

            6.2.3       Leesbeleving

6.3          Taal

6.4          Rekenen- wiskunde

6.5          Schrijven

6.6          Wereldoriënterende vakken 

6.7          Expressie activiteiten

6.8             Sociaal Emotionele vorming

6.8.1          OVM

6.8.2         Goed gedaan

6.8.3         De afspraken slang

 

 

7.  Speciale voorzieningen binnen onze school

              7.1          De veilige school

              7.2         Computers

              7.3          Internet protocol

              7.4          Speelzaal

              7.5          Calamiteitenplan

              7.6          Klachtenregeling

              7.7          Schoolmaatschappelijk werk

              7.8          Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)

 

8.  De zorg voor ‘onze’ kinderen

              8.1          Wennen

              8.2          Rapportage

              8.3          Begeleiding naar het voortgezet onderwijs

              8.4          Huiswerk

              8.5          Overplaatsing en herverdeling van leerlingen

              8.6          Buitenschoolse activiteiten

         

 

9.  De zorgverbreding op de Maasoever

              9.1          Signaleren

              9.2          Externe begeleiding

              9.3          Specifieke hulp

              9.4          Vlotte leerlingen

              9.5          Zitten blijven

              9.6          Leerlingbespreking

              9.7          Klassenverkleining

            9.8           Onderwijskundig Rapport

            9.9           Leerlingen met een handicap

            9.10         Rugzakprotocol

            9.11          Gedragsprotocol

            9.12         Verstrekte gegevens door ouders

            9.13         Informatieplicht aan ouders

 

 

10  Ouders binnen de school

             10.1         Rol van de ouders

           10.2        Inspraak

           10.2.1       Bestuurlijk beleid

           10.2.2       Dagelijkse gang van zaken

 

 

11  De medezeggenschapsraad

             11.1         De wet op de medezeggenschap

             11.2         Adviesrecht en instemmingsrecht

             11.3        “Wat doet de MR, waar houdt zij zich mee bezig?”

 

 

12  De Ouderraad en de ouderbijdrage

    12.1        Taakstelling van de Ouderraad

             12.2       Organisatie van de Ouderraad

             12.3       Ouderbijdrage

 

 

13  Activiteiten en hulpouders

 13.1        Activiteiten

             13.2                   Coördinatie

             13.3       Hulpouders

 

14  Buiten en Tussenschoolse opvang op de Maasoever

14.1         Organisatie  TSO

14.2         Aanmelden en afmelden

14.3         Tijdsindeling

            14.4        Financiën

            14.5         Buiten schoolse opvang

 

15   Resultaten

15.1         Inleiding

15.2         Overname leerlingen

15.3         Uitstroom leerlingen

15.4         Conclusie Inspectie onderzoek        

15.5         Jaarevaluatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Woord vooraf

 

 

 

Beste ouders,

 

 

Welkom bij de papieren of elektronische versie van de schoolgids 2010-2011  van de Maasoever. Wij  hopen dan ook dat deze gids u ruim informeert over onze school "De Maasoever". Wellicht geeft de gids ook al antwoord op een aantal vragen die u heeft. Daarnaast  ontvangt u jaarlijks de kalender welke u informatie geeft over de dagelijkse gang van zaken op school. Samen vormen beide documenten de schoolgids van de Maasoever.

 

Wij onderschatten het belang van deze schoolgids zeker niet, maar vinden het persoonlijk contact tussen ouders van onze leerlingen en de school van groot belang.

 

Tevens is deze gids bestemd voor "toekomstige" ouders. Wij hopen, dat deze schoolgids een uitnodiging mag zijn voor een informatiegesprek en rondleiding op onze school. Want natuurlijk kunnen wij lang niet alles in deze gids vermelden.

 

Bij het samenstellen is de redactie ervan uitgegaan, dat deze gids voor alle ouders een reëel beeld moet geven van onze school, zonder dat het een opsomming wordt van droge feiten. Wij hebben dan ook diverse geledingen: directie, team, ouderraad en medezeggenschapsraad, zelf aan het woord gelaten, zodat u hopelijk een goed beeld krijgt van de Maasoever.

 

Mochten er nog vragen en of opmerkingen zijn, neem dan gerust met ons contact op.

 

 

Hans Nöllen

Shirley Horváth
Jacinta Hoogendoorn

 

 

 

 

 

 

 

 

Augustus 2010

 

 

 

2.  De Maasoever; een ‘bijzondere school’ die open staat voor iedereen.

 

We zouden graag zien, dat u bovenstaande zin zowel letterlijk als figuurlijk opvat. We zijn een katholieke school, die aan alle leerlingen een bijzondere levensfase wil geven. Immers de tijd die je op de basisschool doorbrengt, blijft je een leven lang bij. We proberen zoveel mogelijk een school te zijn zonder drempel voor kinderen en ouders.

 

2.1 Inleiding

Onze school is een katholieke school. De katholieke school van nu zien wij als een ontmoetingsplaats, waar kinderen zich op de eerste plaats veilig moeten voelen, "thuis" voelen. Verder willen we hen leren respect te hebben voor elkaar. Tevens moeten kinderen van diverse culturen met elkaar in contact kunnen komen. Waardevol voor een menselijk leven zijn waarden en normen. Onder waarden en normen verstaan wij datgene wat mensen waardevol vinden en waar mensen zich voor in willen zetten. Deze waarden en normen moeten niet opgelegd of aangepraat worden, maar worden ontwikkeld bij de kinderen. Wij maken hierbij gebruik van de catechesemethode “Reis van je leven”. Middels thema’s uit de belevingswereld van het kind, komen zaken rondom normen en waarden en de katholieke identiteit aan de orde. Tijdens deze lessen, welke iedere week worden gegeven gedurende 30-45 minuten, maken kinderen kennis met eigen ervaringen en komen ze in contact met nieuwe zaken. Bijbelverhalen kunnen deze ervaringen ondersteunen. Verder wordt de kinderen ook geleerd kritisch te kijken naar situaties en gebeurtenissen uit de wereld om hen heen. Dit alles gebeurt vanuit een christelijk perspectief en is afgestemd op het niveau van het kind.

 

2.2 Klimaat

Wij zijn van mening dat onze school een leefgemeenschap is, waarin kinderen niet alleen iets leren, maar zich juist ook persoonlijk kunnen ontwikkelen tot een mens met een houding van zelfvertrouwen, zelfkennis en positief gedrag. Belangrijk is dan ook een goed contact tussen ouders en school. Immers beiden dragen zorg voor deze ontwikkeling. Daarom zijn wij dan ook een open school, die leven en werken vanuit een christelijke achtergrond. Belangrijk vinden wij juist ook afspraken, regelmaat en orde. Kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn, zonder dat ze gelijk in een keurslijf worden gestopt. Binnen een afgebakend terrein van regels en afspraken krijgen onze leerlingen, uw kind, de ruimte zich persoonlijk te ontwikkelen. Ieder kind is uniek en vanuit dit standpunt worden de kinderen begeleid.

 

2.3 Visie

Hieronder volgen beknopt de grote lijnen waaruit onze visie op het onderwijs is opgebouwd. Wij gaan er vanuit dat kinderen verschillen in talent en interesse. De één heeft meer tijd nodig om iets te leren dan de ander. Aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen is daarom heel belangrijk. Maar om tot prestaties te komen is meer nodig dan alleen maar leerwerk. Wij hechten naast het verwerven van de noodzakelijke basisvaardigheden, zoals lezen, taal, schrijven en rekenen, ook veel belang aan het ontwikkelen van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden en aan het ontwikkelen van creativiteit.

Kort samengevat: het gaat om het hele kind met al zijn talenten. We gaan er in het onderwijs mede vanuit dat leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.

We proberen kinderen goed te laten functioneren in de groep. Dit betekent dat ze moeten leren zich neer te leggen bij bepaalde besluiten en zich moeten aanpassen. Ze moeten leren anderen te accepteren met hun goede en slechte eigenschappen en ook leren dat hulpvaardigheid een vanzelfsprekendheid is. In de kringgesprekken trachten we ook te bevorderen dat kinderen binnen de groep een inbreng hebben. Dit aspect komt ook in bepaald ander groepswerk naar voren. De verstandelijke ontwikkeling, die niet los te koppelen valt van de sociaal-emotionele groei en de creatieve en motorische ontwikkeling, trachten we bij de jongste kinderen (groep 1-2) via gestructureerde spelsituaties en diverse open en gesloten onderwijsleersituaties te bevorderen. Voor leerlingen die op deze leeftijd aan meer systematisch leren toe zijn wordt gerichter ontwikkelingsmateriaal aangereikt.

 

2.4 Uitgangspunten en doelstellingen

Onze onderwijskundige doelen zijn in eerste plaats de doelstellingen zoals die in de wet op het Primair onderwijs zijn omschreven:

 

·         Het onderwijs wordt zodanig ingericht, dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Verder  wordt het  afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de kinderen.

·         Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, op het ontwikkelen van de creativiteit, op het verwerven van de noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

·         Het onderwijs gaat er mede vanuit, dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving. Ten aanzien van leerlingen met extra zorg is het onderwijs gericht op individuele begeleiding, die is afgestemd op de behoefte van de leerling.

 

 

2.5 Schoolplan

Dit schooljaar zullen we wederom  het schoolplan voor de periode 2010-2014 actualiseren. In dit plan staan allerlei zaken die we beschreven hebben inzake onze school. U zou kunnen zeggen een uitgebreide versie van de schoolgids en daarnaast nog wat andere punten. In deze schoolgids verwijzen we regelmatig naar dit schoolplan. Ouders kunnen te allen tijde dit plan bij de directie opvragen en inzien.

In dit plan is ook een hoofdstuk opgenomen waarin we de veranderingsonderwerpen per schooljaar hebben beschreven.

Het is de bedoeling vanaf heden het schoolplan jaarlijks bij te stellen en ter instemming bij de MR aan te bieden.

 

 

2.6       Kwaliteitsbeleid

Net als alle andere scholen binnen de RVKO hanteren we voor team, ouders het INK model. Aan de hand van de enquêtes meten we hoe deze geledingen de kwaliteit van onze school ervaren. De bevindingen dienen mede als leidraad voor het opstellen van het 4 jarenplan.

Deze INK vragenlijst is in het schooljaar 2008/2009 door ouders ingevuld.

Daarnaast vindt bewaking en verbetering plaats door:

·    functioneringsgesprekken met leraren en onderwijsondersteunend personeel

·    beoordelingsgesprekken

·    teamvergadering, waarin de voortgang wordt geëvalueerd

·    groeps- en leerling besprekingen

·    intervisie bijeenkomsten

·    individuele gesprekken met ouders

·    evaluatie binnen de MR.

·    OVM-JK

·    Cito eindtoets groep 8

·    Cito entree toets groep 7

·    De screeningen die vanaf groep 3 plaatsvinden

·    Leerlingvolgsysteem middels Teamplus

·    Methodische toetsen en observatie instrumenten

·    taalbeleidsplan

·    WOT

·    INK.

·    Monitoring door de RVKO

·    constatering  door bijv. onze clustermanager- c.q. bevoegd gezag en inspectie

 

Aan de hand van de resultaten van boven genoemde onderdelen, kan bijstelling van kwaliteitsbewaking- schoolplan plaatsvinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.    De school.

 

De Maasoever is een school met een vriendelijk, veilig klimaat, waarin orde en regelmaat belangrijke aspecten zijn. Pas als een kind zich veilig voelt, kan het zich optimaal ontplooien.

De Maasoever

De school is gelegen op een centrale plaats in de Maaswijk in Spijkenisse. De school is gesticht in 1989, maar ons hoofdgebouw, met 5 lokalen, is in oktober 1992 gerealiseerd. Vanaf dit schooljaar is ons schoolgebouw aan de E.Belinfantestraat uitgebreid en telt in totaal nu 9 lokalen. In mei 1997 is er een gebouw met 8 lokalen naast onze speelplaats neergezet, waar wij enkele lokalen van gebruiken. De rest van de groepen (midden- en bovenbouw) zijn in 2 schoolgebouwen in de A.Frankstraat 26 en 26a gehuisvest.

De plannen voor de bouw van een 9 klassige school aan de Lange Groeneweg zijn in een zeer gevorderd stadium.

 

Op dit moment  hebben we 26 groepen. De kleutergroepen en groepen 3 en de groepen 4 zijn gehuisvest in ons hoofdgebouw en de dependance ernaast. Dit mede door de voorzieningen van speelzaal en zandbak voor de kleuters. Zij zullen ook altijd op deze locatie gehuisvest blijven. De andere groepen zullen dus nu nog aan de A.Frankstraat gehuisvest zijn.

 

Daarnaast zijn we ook bezig met de realisatie  van een nieuw schoolgebouw van 9 lokalen aan de Lange Groeneweg. Hier wordt ook een sporthal bij gebouwd. De plannen liggen hiervoor inmiddels al gereed.

 

Bij deze uitbreiding heeft de verkeersituatie ook onze zorg en aandacht. De Gemeente Spijkenisse zal hiervoor een verkeersplan ontwikkelen.

4.    De organisatie van ons onderwijs

 

De Maasoever is een basisschool. Dat houdt in dat u daar de groepen 1 t/m 8 aantreft. Bij ons staat de ontwikkeling van het individuele leerproces centraal. Dit houdt in dat wij de kinderen helpen met het verwerven van ervaringen, kennis en vaardigheden, die bijdragen aan hun persoonlijke ontwikkeling en aan de doelen van het basisonderwijs.

 

4.1 Algemeen

De op school aanwezige leerkrachten zijn ingezet in de groepen. Verder verzorgt het team alle taken op school die moeten gebeuren. Dit kan zijn van het organiseren van projecten en festiviteiten, het ophalen van leskisten, tot het onderhouden van contacten met diverse instanties etc.

Ook zijn er activiteiten die we met meer groepen tegelijk doen. Te denken valt hierbij aan de  maandsluiting.

Gelukkig worden wij in deze taken veelal gesteund door de hulp van ouders van onze leerlingen. In het stukje over de ouderraad kunt u meer over deze ouderhulp lezen.

 

4.2 Wie werken er in de school?

·         De directie:

 Op onze school hebben we een directeur en adjunct-directeuren. Zij zijn verantwoordelijk voor alle zaken die betrekking hebben op het onderwijs op de Maasoever en houden  zich bezig met taken die schooloverstijgend zijn.

Op onze school zijn 4 bouwcoördinatoren actief. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de leerkrachten uit zijn/haar bouw en voor de directie over zijn/haar bouw. De bouwcoördinator is verantwoordelijk voor de communicatie tussen de leerkrachten uit de bouw en de directie. Het uitgangspunt is hier om vanuit de formatie extra tijd beschikbaar te stellen.

De taak van de interne begeleider bestaat uit het coördineren van alle zaken rond de speciale leerlingbegeleiding in de school. Op onze school zijn meerdere leerkrachten belast met de zorgverbreding. Zij vervullen naast hun taak als  groepsleerkracht ook de taak van intern begeleider. Het uitgangspunt is om hier vanuit de formatie extra tijd beschikbaar te stellen. Daarnaast is de staf uitgebreid met een ib-er.

Deze leerkracht coördineert het gehele computergebeuren op school. Inzet is om hier extra tijd voor beschikbaar te stellen. Een ICT coördinator is ook opgenomen in de staf.

Geeft één keer per week bewegingsonderwijs aan de groepen 3 t/m 8 en is verantwoordelijk voor de doorgaande lijn in het bewegingsonderwijs voor de groepen 3 t/m 8.

Op onze school hebben we 2 conciërges. Zij zijn verantwoordelijk voor het kopieerwerk, verrichten schoonmaak –en onderhoudswerkzaamheden op school en nemen de telefoon aan.

Verricht ondersteunende werkzaamheden voor de groepsleerkracht in m.n. de onder –en middenbouwgroepen.

 

 

 

In ons hoofdgebouw is de administratie gevestigd. Hier kunt u o.a. terecht adreswijzigingen.

Binnen onze school zijn ook diverse stagiaires actief in het kader van hun opleiding. Het betreft met name studenten van de PABO. Onze school is stageschool van PABO Thomas More te Rotterdam. PABO betekent Pedagogische Academie Basis Onderwijs. De studenten krijgen stageopdrachten die ze bij ons op school uitvoeren. Onze leerkrachten fungeren dan als mentor voor de studenten. Meestal komen de studenten een aantal weken per jaar naar school om in twee verschillende groepen hun stageopdrachten uit voeren. Ook kunnen de vierdejaarsstudenten hun afstudeeropdracht bij ons op school uitvoeren. Deze studenten, die hun opleiding in feite al hebben afgerond, mogen een aaneengesloten periode van eerst 10 weken 3 dagen per week en aansluitend 5 weken 5 dagen per week zelfstandig voor de klas staan. De eigen leerkracht is aanvankelijk tijdens deze stagelessen aanwezig, maar als de stagiaire naar het oordeel van de leerkracht verantwoord met de groep omgaat, trekt hij/zij zich meer en meer terug. Het voordeel voor de school is, dat de leerkracht tijd heeft voor ondersteunende activiteiten ten behoeve van de school. Het voordeel voor de stagiaire is de ervaring van het hebben van een eigen groep. Bovendien is de stap naar een baan in het onderwijs minder groot. Deze vorm van afstuderen wordt LIO genoemd. LIO staat voor Leraar In Opleiding. Om LIO-er te kunnen zijn bij ons op school, dienen de studenten te solliciteren naar een LIO-plaats.

Andere stagiaires zijn afkomstig van de sportopleidingen (HALO/CIOS), opleiding klassenassistent en opleiding onderwijsassistent.

 

 

4.3 Activiteiten voor de onderbouw.

 

        Algemeen

Indien we de groepen 1 en 2 van de kleuterafdeling samenvoegen ontstaat er een heterogene groep. Binnen deze groep bevinden zich kleuters van verschillende leeftijden, de vier, vijf –en zesjarigen. Bij het leiding geven aan deze leeftijdsgroepen moet rekening worden gehouden met de verschillende ontwikkelingsstadia en niveaus van de kinderen. Het ontwikkelingsmateriaal moet uitnodigend zijn. Alle materialen moeten duidelijk en zeer overzichtelijk een plaatsje hebben binnen het groepslokaal, zodat na een kleine gewenningsperiode de kleuters in staat zijn zich zelfstandig te oriënteren.  Een belangrijk aspect hierbij is het kunnen maken van eigen keuzes. Bij dit alles houdt de groepsleerkracht rekening met het ononderbroken leerproces van de kleuter. Hierbij is observatie van het individuele kind een zeer belangrijk instrument om de diverse ontwikkelingsstadia te kunnen bepalen. De kleuters moeten zichzelf zo veel mogelijk op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen. De kinderen bij wie verwacht wordt dat zij (na observatie/toetsing – zie 4.3.2) problemen ondervinden bij hun ontwikkeling wordt een passend programma aangeboden. Dit programma wordt samen met de interne begeleider geëvalueerd. Door de diverse activiteiten op het gebied van voorbereidend lezen, rekenen en schrijven leggen we de basis voor het aanvankelijk leerproces. De gerichte leersituatie in groep 3 sluit hier op aan.

U weet uit eigen ervaring wellicht nog wel, dat kinderen van elkaar leren en samen nieuwe dingen ontdekken. Daarom vinden wij het belangrijk dat ze elkaar leren vertellen hoe ze iets gemaakt hebben of hoe ze een probleem hebben opgelost en leren samenwerken in de klas of in kleine groepjes.

Voor kleuters is bewegen heel erg belangrijk. Daarom hebben ze 2 maal per dag een speelbeurt. Of de leerlingen gaan naar buiten toe, of ze gaan naar de speelzaal in het hoofdgebouw. Alle kinderen moeten voldoende kansen krijgen om goed te leren deelnemen aan verschillende bewegingssituaties zowel in de speelzaal als buiten. Bij binnenspel kan het een gymles zijn met materialen, een spelles of een  bewegingsles. Voor buitenspel zijn buitenspeelmaterialen beschikbaar en kunnen de kinderen, als het weer het toelaat, gebruik maken van de zandbak.

Spelen en werken zijn niet van elkaar te scheiden. Het spelen leidt tot werken en het werken leidt tot spelen. Kleuters leren tijdens hun spel. Vandaar ook dat we materialen hebben waarmee kleuters spelend kunnen leren. Daarom werken de kinderen wisselend aan tafels en in de verschillende hoeken: bouw-, poppen-, luisterhoek en een hoek die speciaal voor projecten wordt ingericht. Het werken met ontwikkelingsmateriaal en creatieve activiteiten, zoals kleien, tekenen, knippen en plakken, vindt plaats aan vaste werktafels.

Er wordt bij deze werkvormen onderscheid gemaakt in het werken naar eigen keuze en in opdracht van de leerkracht. Hierbij wordt zeker rekening gehouden met de individuele mogelijkheden van het kind.

Gedurende het schooljaar worden er verschillende thema's uitgewerkt middels een project. U kunt dan denken aan de thema's winter, feest, het verkeer, de lente, etc. Gedurende een aantal weken worden er opdrachten gedaan rondom dat onderwerp om de belevingswereld van de kleuter te verdiepen.

Wij vinden het belangrijk dat er in de kleutergroepen vaste afspraken en regels zijn. Daarom hebben de leerkrachten van de onderbouw veelvuldig overleg met elkaar. Ook vinden wij het belangrijk om de kleuter vertrouwd te maken met het bestaan van regels in de school en wel op het gebied van orde en netheid, respect en beleefdheidsvormen.

Een goed contact tussen ouders en leerkrachten is van groot belang. Daarom is er bij aanvang van de school gelegenheid om alleen korte mededelingen aan de leerkracht door te geven. Mochten er andere zaken zijn, die wat meer tijd nodig hebben om te bespreken, dan kunt u altijd een afspraak maken met de leerkracht van uw kind. Omtrent de vorderingen van uw kind in de kleutergroep wordt u middels een rapport en een 10-minutengesprek op de hoogte gehouden.

We gebruiken in de groepen 1-2 de volgende observatie –en toetsinstrumenten:

·         februari-screening: cito ordenen en taal

·         Memelink: leerlingvolgsysteem

 

4.3.2 Dagindeling

Bij binnenkomst geven de kinderen de leerkracht een hand. Er is dan even gelegenheid tot persoonlijk contact tussen de leerling en de leerkracht. Ieder kind heeft een eigen plaats in de klas. In de kring vinden  verschillende activiteiten plaats zoals: bidden, het zingen van een liedje, voorlezen van verhalen en gedichtjes, prentenboeken, taalactiviteiten zoals het rijmen, geheugenspelletjes, raadsels, begrippen en poppenkast, muzieklesjes en rekenactiviteiten. Verder kunnen ervaringen en gevoelens onder woorden worden gebracht en wordt door deze kringactiviteit de kinderen ook geleerd naar elkaar te luisteren en interesse te tonen voor elkaars belevenissen.

 

4.4 activiteiten voor groep 3 t/m 8

           

4.4.1. Algemeen

In de groepen 3 t/m 8 wordt minimaal één keer per week een kringgesprek gevoerd. Zoveel mogelijk kinderen krijgen in de kring de gelegenheid iets te vertellen. Soms wordt in de kring een bepaald onderwerp besproken. Daarna volgt een instructie, waarna de kinderen het lesprogramma vervolgen. Leidraad voor de uit te voeren werkzaamheden is het voor iedere groep opgestelde lesplan. Zeker bij de vakgebieden taal/lezen/schrijven/rekenen en de wereldoriënterende vakken vormen de methodes een belangrijke basis voor het uit te voeren werk. Voor de uitwerking hiervan verwijzen we naar hoofdstuk 6.

 

4.4.2. Zelfstandig werken

Ontwikkeling van de redzaamheid en zelfstandigheid door ‘zelfstandig werken’ is een van de hoofdpunten van ons onderwijsbeleid. Redzaamheid en zelfstandigheid wil zeggen dat kinderen zelf wegen kunnen kiezen om een door zichzelf of anderen gesteld doel te bereiken, onafhankelijk en zonder hulp van volwassenen. De kinderen leren zichzelf te redden en te verzorgen, steeds meer handelend op te treden en steeds meer zelfstandig taken en opdrachten uit te voeren en daarbij steeds minder afhankelijk te worden van anderen.

We proberen dit in de groepen 3 t/m 8 als volgt  te bevorderen:

Verkorte instructie; de leerlingen krijgen een korte uitleg over een aantal taken die zij gedurende de ochtend of middag mogen uitvoeren. Zij kiezen hierbij zelf de volgorde. Als zij klaar zijn met deze verplichte taken, dan mogen ze werk kiezen uit de kieskast.

De kieskast; Wanneer kinderen klaar zijn met de hun werk/taken, dan mogen zij uit deze kast zelfstandig werkopdrachten kiezen.  Deze activiteiten beslaan diverse vakgebieden. Registratie en correctie(indien van toepassing) gebeurt door de kinderen zelf.

Ook in de groepen 1-2  wordt veel aandacht besteed aan het zelfstandig werken.

 

           

 

 

5       Regels en afspraken

 

5.1 Schoolregels

Hoewel we op school zeker geen voorstander zijn van overbodige regelgeving ontkomen we niet aan een aantal duidelijke schoolregels. In de schoolgids-kalender kunt u deze regels terugvinden. 

 

5.2 Schoolgids/Jaarkalender

Alle lopende zaken die jaarlijks terugkeren en kunnen veranderen vermelden wij in onze jaarkalender.
Hierin staan de vakanties, de samenstelling van het team, de groepsindeling, de organisatorische kant van het overblijven, hoogte van het schoolfonds, wat heb ik nodig op school etc. vermeld.
Deze schoolgids-kalender ontvangen de kinderen aan het einde van het schooljaar.

 

5.3 Nieuwsbrief- website

Middels de nieuwsbrieven houden wij u op de hoogte van alle lopende zaken. U kunt ook terecht op onze website: www.maasoever.nl

Hier treft u tevens mededelingen aan van de Ouderraad en Medezeggenschapsraad. Ook foto’s van diverse schoolactiviteiten kunt u hier bekijken. Als u bezwaar hebt tegen plaatsing van een foto van uw zoon/dochter op deze site, dan kunt u dit schriftelijk kenbaar maken bij de directie. 

 

5.4 Lesuitval

Bij lesuitval is het niet de bedoeling dat kinderen naar huis worden gestuurd. Binnen de school hebben we de volgende maatregelen genomen: ten eerste zullen wij altijd proberen vervanging te regelen. Gelukkig willen onze parttime leerkrachten ons veelal hierbij helpen door extra te werken. Mocht dit niet lukken, dan zullen we overgaan tot het opdelen van groepen. In geval van overmacht kunnen we hiervan afwijken.

 

5.5 Ziek worden tijdens de les

Wordt een kind tijdens de les ziek, dan nemen we contact op met het thuisfront. Is niemand bereikbaar, dan blijft het kind op school!

 

5.6 Schoolarts/logopedie

Tijdens het schooljaar komen bepaalde kinderen  voor onderzoek bij de schoolarts. Er wordt gestreefd naar een onderzoekschema van:

 

Ouders kunnen uiteraard ook vragen om extra onderzoek van hun kind bij de GGD

Daarnaast worden alle oudste kleuters door een logopedist vanuit het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS)  gescreend. Indien hier bijzonderheden uit voortkomen, dan worden de ouders hiervan in kennis gesteld.

 

 

5.7 Bezoek tandarts en dokter

De ouders/verzorgers wordt verzocht afspraken met de tandarts, de orthodontist, de dokter etc. tijdig te plannen voor behandeling voor of na schooltijd.

Als uw kind hiervoor alleen naar huis mag gaan of naar de dokter, dan moet u dat schriftelijk aan de groepsleerkracht kenbaar maken.

 

5.8 Traktaties op school en verjaardagen

Bij verjaardagen van de kinderen is het de gewoonte dat een kind zijn/haar klasgenootjes trakteert. We geven hierbij de voorkeur aan een bescheiden en mogelijk gezonde traktatie. De verjaardagen van de leerkrachten worden in de klas gevierd. Het kan voorkomen dat de contactouder wat geld inzamelt middels een kleine vrijwillige bijdrage per kind voor een cadeau voor de leerkracht.

 

5.9 Andere schoolactiviteiten

Natuurlijk worden er op school ook activiteiten georganiseerd. Zo gaan de groepen 3 t/m 8 jaarlijks op schoolexcursie. Elk jaar wordt er een bestemming vastgelegd en met ouders en leerkrachten wordt er voor uw kind een leuke dag van gemaakt. De kleuters gaan niet weg. Indertijd is besloten door het team, in overleg met de OR en MR, dat deze kinderen niet weggaan, maar op school blijven. Dit heeft met name te maken met de zorg voor onze jongste kinderen. Voor hen wordt op deze dag een feestdag op school gehouden. Die dag staat dan een thema centraal waar allerlei activiteiten voor worden georganiseerd.Verder organiseren wij o.a. ook nog een kerstviering en een kerstmaaltijd, een carnavalsfeest, een paasontbijt/lunch, de verjaardagen van de leerkrachten, het kamp voor groep 8 en een sport en speldag.

 

5.10 Sponsoring

In incidentele gevallen en bij bepaalde festiviteiten doet onze school aan sponsoring. We gaan in deze uit van de richtlijnen zoals vastgelegd in het convenant sponsoring van het Ministerie van OC en W. van november 1998.

Sponsoring is een fenomeen, dat steeds vaker voorkomt in het onderwijs. Hierbij gaat het om geld, goederen of diensten die de sponsor verstrekt aan de school en waarvoor de sponsor een tegenprestatie verlangt,  waarmee leerlingen of hun ouders in schoolverband worden geconfronteerd. Voorbeelden zijn gesponsorde lesmaterialen of het uitdelen van producten. Sponsoring is nog steeds bedoeld als aanvulling op de kernactiviteiten van de school. De school is en blijft verantwoordelijk voor de financiering van hoogwaardig en toegankelijk onderwijs. Ook mag de sponsor zich niet met het onderwijs bemoeien.

-          Sponsoring moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de school.

-          Sponsoring mag niet de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijs, de school en de daarbij betrokkenen in gevaar brengen.

-          Het primaire onderwijsleerproces mag niet afhankelijk zijn van sponsormiddelen.

-          De opbrengst zal alleen gebruikt worden voor extra activiteiten voor de leerlingen.

 

 

 

5.11 Halen en brengen

Ouders van de kinderen van groep 1-2 mogen hun kinderen aan het begin van de ochtend en middag even naar de klas brengen, alwaar de leerkracht het kind van de ouders ‘ontvangt’ en overneemt. Het halen van de kinderen van groepen 1-2 met een deur aan de speelplaats verloopt via de buitendeur van het betreffende lokaal. Voor de overige groepen geldt, dat de leerkracht de kinderen begeleidt naar de buitendeur. Wanneer daar een voor de leerkracht bekende persoon van een kind uit de groep staat (ouder/verzorger, opa/oma etc.) dan mag het kind naar buiten toe. Graag vernemen wij vooraf van u, als iemand anders uw kind komt ophalen.

Voor de overige groepen  geldt dat de ouders de kinderen tot aan het klaslokaal kunnen begeleiden.

 

5.12 Gevonden voorwerpen

Is uw kind spullen kwijt? U kunt zich dan tot één van de conciërges wenden.

 

5.13 Hoofdluis

Alle kinderen zullen, inzake hoofdluisbestrijding, na iedere lange vakantie ( 5x per jaar) op hoofdluis worden gecontroleerd. Om deze controles sneller te laten verlopen is het wenselijk dat de meisjes op deze controledagen het haar los dragen. Een werkgroep bestaande uit ouders en leerkrachten zullen deze controles uitvoeren. Mocht er bij uw kind hoofdluis worden geconstateerd, dan zult u hiervan persoonlijk op de hoogte worden gesteld. De klas waar hoofdluis is geconstateerd, zal dan enige tijd een luizencape voor de jassen gaan gebruiken.

 

5.14 Mobiele telefoons

Wij raden het ten strengste af om mobiele telefoons mee te nemen naar school. Wij als school dragen dan ook geen verantwoording voor het zoekraken hiervan. Toch kunnen wij ons voorstellen, dat in bepaalde situaties het bij zich hebben van een mobiele telefoon, noodzakelijk is. In dat geval geldt dat de leerkracht hiervan in kennis moet worden gesteld en dat  binnen het schoolgebouw deze telefoon niet aan mag staan.

 

5.15 Pauze

Om de lange morgen te onderbreken mogen de kinderen iets te eten en te drinken meenemen. Wij zien graag, dat uw kind geen snoep meeneemt naar school. Voor de kleuters is het wenselijk het fruit (schoongemaakt!) in een bakje mee te geven. Om vergissingen te voorkomen is het aan te raden het bakje te voorzien van de naam van het kind.

In de pauze nuttigen de kleuters hun fruit en/of drinken in de klas. De andere kinderen eten tijdens de pauze buiten en drinken na de pauze in de klas. U kunt hiervoor ook gebruik maken van de schoolmelk. Informatie hierover kunt u bij de conciërge verkrijgen.

 

 

 

5.16 Persoonlijke eigendommen

Het mee naar school nemen van kostbare persoonlijke eigendommen door kinderen willen wij ontmoedigen. Het kan wel eens voorkomen dat iets op school zoek raakt of beschadigd raakt. Wij maken u er op attent dat de school in dit soort gevallen niet aansprakelijk kan worden gesteld. Dit geldt ook voor eventuele beschadiging of diefstal van de fiets van de kinderen. Uiteraard stellen wij alles in het werk om er zorg voor te dragen dat die persoonlijke eigendommen, die op school aanwezig zijn gevrijwaard blijven van beschadiging en vermissing.

 

5.17   Toelating

Onze school is een “open katholieke school” waar ieder kind in principe welkom is. De nieuwe leerling kan via een aanmeldingsformulier van de school worden opgeven. Wanneer er geen bijzondere factoren zijn, wordt het kind ingeschreven. Dit gebeurt nadat er een bewijs van uitschrijving van de vorige school aanwezig is.

De eerste ontmoeting

Bij de keuze voor een school spelen bij de meeste ouders een drietal aspecten een grote rol namelijk:

·         de afstand van school naar huis

·         het onderwijskarakter van de school

·         de signatuur van de school

Over het eerste aspect kan de school weinig vertellen. Dat is een puur persoonlijke ervaring. Voor de twee andere aspecten willen de ouders vaak eerst toch wat meer van de school weten. Men kan daarvoor een afspraak maken met de directie van de school. De directie vertelt ouders graag iets over de school en is altijd bereid om vragen te beantwoorden. Tevens kan men eens rondkijken in de school en zien hoe de kinderen werken.

 

Bij de inschrijving moeten de ouders een copie overhandigen waarop het burgerservicenummer (sofinummer) staat vermeld.

 

5.18 Schorsen/verwijderen van leerlingen

Verwijderen van een leerling is een wettelijke term die slaat op de situatie dat een leerling uitgeschreven wordt. De leerling verdwijnt definitief van school.
Schorsing is niet op de wet gebaseerd, maar een in de praktijk gegroeid fenomeen. Een beslissing tot schorsing of verwijdering moet met de uiterste zorgvuldigheid worden genomen. Bij verwijdering hebben wij als school de verplichting mee te werken bij het vinden van een nieuwe school.

De gehele verwijdering -en schorsingsprocedure staat vermeld in het directievademecum, welke bij de directie opvraagbaar is.

 

5.18.1 Schorsing

Schorsing is aan de orde wanneer het schoolbestuur of directie bij ernstig wangedrag van een leerling onmiddellijk moet optreden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing. Ernstig wangedrag van een leerling kan bijvoorbeeld zijn mishandeling, diefstal of herhaald negeren van een schoolregel; de leerling misdraagt zich zo, dat van verstoring van de rust en orde op school sprake is.

 

 

 

5.18.2 Verwijdering

In de Wet op het basisonderwijs regelen artikel 24 en 42a de verwijdering van leerlingen.

Verwijdering is een maatregel bij zodanig ernstig wangedrag dat het bestuur concludeert dat de relatie tussen school en leerling (ouders) onherstelbaar verstoord is.
Uit de jurisprudentie blijkt dat verwijdering ook kan plaatsvinden vanwege wangedrag van ouders van leerlingen.

Verwijdering van een leerling is een ordemaatregel die een bestuur slechts in het uiterste geval, en dan nog uiterst zorgvuldig moet nemen. Wanneer het bestuur de beslissing tot verwijdering van een leerling heeft genomen, moet vervolgens een wettelijk vastgestelde procedure worden gevolgd.

 

6.      Basisvaardigheden

 

6.1 Algemeen

We prijzen ons gelukkig dat we de laatste jaren al onze methodes hebben kunnen vervangen, zodat we de beschikking hebben over moderne leermiddelen. Bij de keuze zijn we uitgegaan van het standpunt dat het niet alleen gaat om de hoeveelheid leerstof die moet worden aangeleerd, maar  daarnaast de kwaliteit ook zeer belangrijk is.

Onze meeste methodes bieden dan ook de mogelijkheid om opgedane kennis functioneel te laten zijn in praktische toepassingen. Ook onderlinge niveauverschillen tussen de leerlingen worden opgevangen door goed gedifferentieerde opdrachten, terwijl bovendien wordt voorzien in extra stof voor zowel achterblijvers als kinderen die vlotter door de stof heen gaan.

 

6.2 Lezen

Lezen is niet alleen het oudste, maar ook het meest onderzochte vak van de basisschool. Kunnen lezen is een pure noodzaak als je je maatschappelijk en sociaal staande wilt houden. Vandaar dat wij aan goed leesonderwijs grote waarde toekennen. In het leesonderwijs onderscheiden we: Technisch lezen,  (aanvankelijk en voortgezet), begrijpend/studerend lezen en leesbeleving.

 

6.2.1 Technisch lezen

Conform de wet op het basisonderwijs moet het leesonderwijs aansluiten bij het niveau van de leerling. Als het gaat om technisch lezen lopen de vorderingen van de leerlingen al snel uiteen. Daarom hebben wij met ingang van dit schooljaar gekozen voor een nieuwe leesmethode: Veilig leren lezen. Differentiëren wordt beter beheersbaar, doordat de activiteiten en vorderingen van de leerlingen nauwgezet in kaart worden gebracht.

Met toetsen worden stagnaties in de leesontwikkeling tijdig gesignaleerd en worden specifieke instructie- en verwerkingsbehoeften vastgesteld.

Leerlingen die gelijkmatig gevorderd zijn worden in zogenaamde niveaugroepen geplaatst. Zij lezen dan teksten die op hun niveau zijn afgestemd.

Aan de hand van AVI-toetskaarten ( Analyse Van Individualiseringsvormen) worden de leesprestaties van de leerlingen ingedeeld. Dit gebeurt bij ons op school driemaal per schooljaar.

Verder gebruiken we met ingang van dit schooljaar de methode Lekker lezen voor het voortgezet technisch lezen voor de leerlingen t/m avi 9.

 

6.2.2 Begrijpend/Studerend lezen

Bij het begrijpend lezen ligt het accent op de inhoud van de tekst.Onderwerpen die aan de orde komen zijn: woordherkenning, analyse en het begrijpen van teksten.

Bij studerend lezen gaat het er in de eerste plaats om informatie te verwerven door te lezen. De informatie wordt verwerkt en men probeert deze te onthouden en te gebruiken.

Wij gebruiken de methode: Goed Gelezen

 

 

 

6.2.3 Leesbeleving

De belangrijkste voorwaarde voor de leesontwikkeling geldt het plezier hebben in het lezen. Tegenwoordig krijgen de kinderen steeds meer te doen. Hobby's, naar de televisie kijken en sport maken deel uit van het vaste programma van de kinderen.Wij zijn er dan ook op uit om kinderen plezier te laten beleven aan lezen. Door middel van boekpromotie en leesbeleving proberen wij kinderen uit te dagen tot lezen. Daarnaast wordt er middels verschillende vakken aandacht besteed aan het leesplezier en gebruiken de kinderen in bepaalde groepen een ‘leeslogboek’.

 

6.3 Taal

U weet het misschien nog wel van vroeger. Er werd veel tijd besteed aan het overschrijven van invullesjes, spellingsoefeningen en dictees. Het taalonderwijs was vooral gericht op foutloos overschrijven. Nog steeds leren kinderen foutloos overschrijven, het invullen van een lesje en het maken van een dictee. Maar daarnaast wordt er nu veel meer aandacht besteed aan het leren praten, luisteren naar wat de ander precies zegt en daarop te antwoorden.

Verder leren we leerlingen ook hun eigen mening onder woorden te brengen met daaraan gekoppeld een juist taal-spellingsgebruik. Belangrijk vinden wij het ontwikkelen van mondeling-schriftelijk taalgebruik. Daarom is ons onderwijs erop gericht, dat kinderen zich mondeling en schriftelijk kunnen redden in de Nederlandse taal.We gebruiken voor ons taalonderwijs de methode Taalverhaal. Deze taalmethode beschikt over een aparte spellingslijn.

 

6.4 Rekenen- wiskunde

Het rekenen-wiskunde gebeurt op onze op school middels de methode Pluspunt (euroversie).
Dit is een zogenaamde realistische rekenmethode. Dit houdt in dat de kinderen in deze methode leren rekenen door het oplossen van praktische probleempjes, die ze in het dagelijks leven tegenkomen in plaats van het aanbieden van louter saaie rijtjes sommen. Verder leren ze ook werken met tabellen, het maken van grafieken etc. Natuurlijk worden ook de tafels, staartdelingen, het cijferend vermenigvuldigen, breuken, procenten, kommagetallen etc. aangeleerd. Het oplossen van rekenkundige vraagstukjes is ook een onderdeel van het rekenen bij ons op school.

Een toets wijst uit of de stof voldoende is verwerkt. De leerlingen die de toets onvoldoende hebben gemaakt, maken herhalingsstof. De leerlingen die de toets voldoende hebben gemaakt, maken verrijkingsstof. Voor kinderen die het programma, om wat voor reden dan ook, niet kunnen volgen, wordt een apart rekenprogramma gemaakt, dat aansluit bij de mogelijkheden van de individuele leerling. Concreet kunnen we stellen, dat de leerling aan het einde van de basisschool in staat moet zijn eenvoudige vraagstukjes uit de eigen belevingswereld op te lossen. Tevens moeten ze rekentechnieken en -tekens beheersen en toe kunnen passen. Ook moeten de kinderen inzicht hebben in wiskundige begrippen.

 

6.5 Schrijven

In de totale motorische ontwikkeling van het kind is de schrijfmotoriek niet weg te denken. Vanaf het moment dat een kind op de Maasoever zit komt het d.m.v. allerlei activiteiten hiermee in aanraking. Weliswaar in de voorbereidende sfeer. Te denken valt aan bewegingslessen (plakken, knippen, kleien). Doel hiervan is de kleuter te leren de bewegingen te richten en te coördineren tot een soepele beweging.

Bij het voorbereidend schrijven wordt gewerkt aan een goede pengreep en het ontwikkelen van het schrijven van de kleuter naar het eigenlijke letterschrijven. De volgende fase in het schrijfonderwijs is die van het aanvankelijk schrijven. De leerlingen worden naast de oefeningen uit het voorbereidend schrijven vertrouwd gemaakt met het schrijven van letters van zowel de schrijf- als de drukletter.

Bij het voortgezet schrijven gaat het om het automatiseren van alle letters en cijfers. Het gerichte technische schrijven verdwijnt naarmate de kinderen ouder worden en krijgt steeds meer een dienende functie ten behoeve van het persoonlijke schrift. Steeds staat ons hierbij voor ogen de leerlingen een innerlijke motivatie bij te brengen om zelf gewoon netjes en duidelijk te willen schrijven. Alle kinderen krijgen 1 maal een vulpen van school, waarvoor ze zelf zorg dragen.

Op school hebben wij in de kleutergroepen allerlei werkjes waarbij het voorbereidend schrijven wordt ontwikkeld. Voor de groepen 2 t/m 8 maken wij gebruik van de methode Pennenstreken.

 

 

6.6 Wereldoriënterende vakken

De vakken die hieronder vallen hebben allen slechts één doel; kinderen een beeld geven op de wereld/maatschappij om hen heen. Het mag duidelijk zijn dat het wereldbeeld continu verandert. Zeker voor kinderen, die nog bezig zijn hun wereld te ontdekken, kan dit verwarrend zijn. Om toch een goed zicht te krijgen op de wereld krijgen de leerlingen les in de volgende vakken:

ë   Geschiedenis,

ë   Staatsinrichting,

ë   Aardrijkskunde - topografie,

ë   Natuuronderwijs waaronder biologie en techniek

ë   Maatschappelijke verhoudingen en geestelijke stromingen,

ë   Sociaal-emotionele vorming,

ë   Verkeer,

ë   Engels.

De wet op het basisonderwijs biedt de mogelijkheid de vakken in samenhang te behandelen. Afhankelijk van de leeftijd zal dit ook gebeuren. Kinderen van 4 t/m 6 jaar zijn gebaat bij een aanpak die een brede ontwikkeling stimuleert. Hierbij gaan we uit van de belevingswereld van het kind. Het "op-één-vak-gericht-onderwijs" is hier niet nodig. Na die leeftijdsperiode kan een vakgerichte benadering gaan plaatsvinden.

 

Op onze school gebruiken wij hiervoor de volgende methodes:

Geschiedenis

Bij de Tijd

Aardrijkskunde

Geobas

Topografie

Geobas

Natuuronderwijs-techniek

Natuniek

Catechese projecten

Reis van je leven

Sociaal-emotionele vorming

Goed gedaan

Verkeer

Claxon

Engels

Let’s do it!

 

De meeste van deze methodes werken vanuit concentrische thema's. Dat wil zeggen dat de besproken onderwerpen worden "opgehangen" aan bepaalde thema's. Bijv. feesten, werk, lucht enz. Deze thema's komen elk jaar terug in het boek. Op deze manier leren de kinderen patronen te ontdekken in bepaalde onderwerpen van wereldoriëntatie.

Wat betreft maatschappelijke verhoudingen vinden we het belangrijk, dat kinderen leren inzien dat ze in onze maatschappij leven in allerlei groepen waaraan ze een bijdrage kunnen en mogen geven. Om dit te kunnen zullen ze een zeker zelfbewustzijn moeten ontwikkelen en over bepaalde vaardigheden moeten beschikken. De kinderen moeten inzicht krijgen in ons democratisch staatsbestel en in de vraagstukken die hun leven bepalen. In groep 8 wordt gewerkt uit het ‘blokboek staatsinrichting’. Daarnaast wordt in groep 8 en de andere groepen geen specifieke methode gebruikt. De leerstof wordt aangeboden in het kader van andere vakken en naar aanleiding van vragen van kinderen en naar aanleiding van de actualiteit. In groep 7 wordt in het kader van burgerschap en staatsinrichting gebruik gemaakt van Verstand van Nederland.

 

6.7 Expressie activiteiten

Naast de ontwikkeling van kennis, vinden wij het ook heel belangrijk aandacht te besteden aan de emotionele en expressieve ontwikkeling van uw kind. U moet dan denken aan het bevorderen van het taalgebruik, muziek, tekenen, handvaardigheid, spel en beweging. Hiervoor maken wij gebruik van verschillende methoden.

Zo gebruiken wij voor tekenen de methode ‘Moet je doen teken en handvaardigheid’ en voor dramatische expressie ‘Moet je doen’.

 

Voor muziek hebben wij op school de methode ‘Moet je doen. Kinderen komen met verschillende onderdelen van muziek in aanraking. Zo leren zij o.a.:

- zowel moderne als klassieke muziek te beluisteren,
- iets over de historie van de muziek en verschillende componisten,
- iets over notenschrift en de verschillende soorten muziekinstrumenten.

Natuurlijk worden er ook liedjes gezongen.

Ook spel en beweging zijn voor deze ontwikkeling van groot belang. U kunt dan denken aan de gewone gymlessen, maar ook aan dramalessen.

In bepaalde gevallen kan het voorkomen dat kinderen vrijstelling krijgen van bepaalde delen van het onderwijs (bijv. Engels). U als ouder kunt dit verzoek bij de directie indienen, waar gelijk gekeken kan worden naar vervangende onderwijsactiviteiten.

 

6.8 Sociaal Emotionele Vorming

 

6.8.1  Ontwikkelings Volg Model  OVM

Daar we sinds 2006 OVM-JK hebben, volgen we onze leerlingen in de groepen 1 en 2 middels de leerlijnen vanuit Memelink. Het OVM is een verfijnd observatiesysteem, waarin allerlei aspecten van de kinderlijke ontwikkeling in de vorm van ontwikkelingslijnen zijn uitgewerkt

Daarnaast zijn de de groepen 3 t/m 8  met OVM midden en bovenbouw gestart. We gaan de leerlingen volgen middels de 8 basale leerlijnen vanuit Memelink. Deze zijn met name gericht op de sociaal emotionele ontwikkeling.

 

 

 

 

 

 

6.8.2  Methode Goed Gedaan

Dit schooljaar gaan we starten met de methode Goed gedaan. Deze methode geeft ons lesideeën om met kinderen aan de slag te gaan rondom de sociaal emotionele vorming van het kind. We registreren onze gegevens van elke leerling binnen de basale ontwikkelingslijnen van het OVM.

Dit geldt dan met name voor de groepen  3 t/m 8.

Bij de groepen 1 en 2 maakt dit al deel uit van de in te vullen lijnen binnen het OVM.

 

 

6.8.3   De afsprakenslang

Op de Maasoever werken we in alle groepen met de afsprakenslang.

 

Dit doen we om de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen te stimuleren.

Afspraken zijn van essentieel belang voor een veilige omgeving en door middel van deze slang willen wij onze leerlingen betrekken bij het maken van die afspraken.

 

Wat is de bedoeling:

 

 

De volgende algemene afspraken komen dit schooljaar aan bod:

 

  1. Iedereen hoort erbij
  2. Pesten……pikken we niet!
  3. We blijven van elkaar af
  4. Samenwerken, samenspelen en samen delen
  5. We accepteren en respecteren elkaar
  6. We letten op onszelf
  7. We kunnen elkaar vertrouwen.
  8. Ruzie praten we uit met elkaar
  9. We letten op ons taalgebruik en luisteren naar elkaar
  10. We ruimen onze rommel op en gaan netjes met de materialen om
  11. Samen zorgen we voor een veilige school.
  12. Wat we afgesproken hebben, doen we ook weer volgend jaar.

 

6.9    Leerresultaten

Eerder in deze schoolgids hebben we aangegeven wat onze visie is.  Daaruit voortvloeiend wordt onze hoofddoelstelling verwoord. Deze bevat twee componenten.

·         In de eerste plaats bevat onze visie een aantal vormende elementen. Dit zijn de sociale en culturele, vaardigheden van het kind. Voor deze vaardigheden geldt, dat de opbrengst van deze aspecten van ons onderwijs het resultaat is van het pedagogische gehalte van onze school. Die opbrengst is echter niet te meten volgens objectieve criteria. Daarom gaan we in dit hoofdstuk aan die resultaten voorbij. In het schoolplan (het beleidsplan voor 4 jaren) krijgt dit aspect ruime aandacht in het hoofdstuk over kwaliteitsbewaking.

·         In de tweede plaats richt onze visie zich op het verwerven van de in dit hoofdstuk beschreven basisvaardigheden. De resultaten hiervan zijn wél objectief meetbaar. We doen dit op de volgende manieren:

-          met behulp van methodeafhankelijke toetsen:

Bij rekenen, taal, wereldoriëntatie en aanvankelijk lezen, schrijft de methode na elk leerstofblok een toets voor. Met behulp van deze toetsen kunnen we vaststellen of de beoogde doelen zijn bereikt.

-          met behulp van methodeonafhankelijke toetsen:

Hierbij denken we aan onderdelen van het Cito-leerlingvolgsysteem. Deze geven ons de mogelijkheid om de toetsuitslagen te vergelijken met landelijke gemiddelden, de toetsuitslagen te vergelijken met de overige klasgenoten, de toetsuitslagen te vergelijken met voorgaande groepen en met de toetsuitslagen van de (parallel)groepen onderling.

Interpretaties van de toetsuitslagen kunnen vervolgens leiden tot een individueel aangepast leertraject en/of een aanpassing van het onderwijsaanbod binnen een groep of binnen een school

 

7.      Speciale voorzieningen binnen onze school

 

7.1 De veilige school

Iedere dag, en dat 8 jaar lang, komt(komen) uw kind(eren) bij ons naar school. We willen de leerlingen een veilig klimaat bieden, waardoor zij tot goede prestaties komen zowel op het gebied van leren, expressievakken als sociale vaardigheden. In ons schoolplan hebben we beschreven hoe we met deze veiligheid omgaan. Een onderdeel hieruit is het gedragsprotocol voor leerlingen ouders en leerkrach-ten. Dit stuk is als bijlage in deze schoolgids opgenomen.

Helaas kunnen zich er wel eens situaties voordoen, die u of uw kind, als bedreigend ervaart en die voor u moeilijk bespreekbaar zijn. Schroomt u dan niet om contact te zoeken met de betreffende persoon.
Wij als schoolteam willen actief optreden bij pesten. Natuurlijk hebben wij de hulp van ouders en kinderen daarbij nodig. Wij stellen het op prijs als ouders ons melden als kinderen gepest worden. Ook als dit gebeurt kort voor en na schooltijd. Wij kunnen dan samen passende maatregelen nemen tegen de pesters

Daarnaast vinden we dat de leer-speelomgeving ook veilig moet zijn in de letterlijke zin van het woord. Zo hebben wij in ieder gebouw een aantal collega’s die zijn opgeleid tot BHV (bedrijfshulpverlener). Verder houdt de Arbo-commissie bestaande uit teamleden en de MR  zich ook bezig met de Arbozorg binnen onze school. Zo worden er 2 maal per jaar ontruimingsoefeningen gehouden en houden zij de vinger aan de pols wat betreft veiligheid op de Maasoever.Verder biedt ook ons bestuur randvoorwaarden aan om de veiligheid binnen onze school te waarborgen. De Maasoever is verder in het bezit  van het veiligheidscertificaat van de stichting consument en veiligheid.

 

7.2 Computers

De samenleving kan niet meer zonder computers. Ze zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. De meeste kinderen hebben thuis de beschikking over een computer en beheersen al heel wat computervaardigheden. Sterker nog, in veel opzichten hebben ze een voorsprong op menig volwassene. De leerlingen verwerken leerstof ook met de computer. Dit zijn softwareprogramma ’s die horen bij een onderwijsmethode. Zo wordt er bij diverse vakgebieden  software gebruikt.  De kleuters gebruiken verschillende project gerichte educatieve software op het gebied van o.a. kleur en vorm. Daarnaast leren de kinderen ook omgaan met de computer. Met name de kinderen in de bovenbouw leren al doende de mogelijkheden van de computer in te zetten tijdens de voorbereiding en het maken van werkstukken en spreekbeurten.

 

7.3.  Internetprotocol

De school probeert de leerlingen bewust te maken van de gevaren van internet.  Er is nog geen internetfilter. Om te voorkomen dat de leerlingen vrij gaan surfen werken we zoveel mogelijk met gerichte opdrachten. Met ingang van dit schooljaar werken wij met 3CLO. Dat is o.a. een beveiligde computerleerlandschap waarbinnen kinderen werken. Daarnaast zullen we  in de ICT rijke lessen  kinderen wijzen op de gevaren van internet.

 

 

 

7.3 Speelzaal

Wij hebben in ons hoofdgebouw de beschikking over een speelzaal voor de kleuters. Verder kan deze ruimte ook gebruikt worden bij diverse activiteiten. Door de wand open te draaien en een extra zeil op de grond te leggen wordt onze centrale hal vergroot.

 

7.4 Calamiteitenplan

Op onze school is een calamiteitenplan aanwezig. Dit plan is getoetst op bruikbaarheid met diverse instanties. Onderdelen van het plan zullen worden geoefend met de kinderen. Jaarlijks worden er twee ontruimingsoefeningen gehouden.

Het aantal gediplomeerde bedrijfshulpverleners vanuit het schoolteam neemt ieder jaar toe door middel van scholing en bijscholing.

 

7.5 Klachtenregeling

De inwerkingtreding van de Kwaliteitswet per 1 augustus 1998 betekent onder meer dat de schoolbesturen verplicht zijn een klachtenregeling vast te stellen en in te voeren.

Ouders, leerlingen, personeel en een ieder die deel uitmaakt van de schoolgemeenschap kunnen klachten indienen. Deze kunnen betrekking hebben op gedragingen en beslissingen van het personeel en bevoegd gezag of het nalaten daarvan en ook op gedragingen van anderen die deel uitmaken van de schoolgemeenschap. De klachtenregeling is alleen van toepassing als men met de klacht niet ergens anders terecht kan.

De meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling overleg tussen ouders, leerlingen, personeel, schoolleiding en/of clusterdirecteur op een juiste wijze worden afgehandeld.

Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht, niet mogelijk is of indien de behandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men in contact treden met de vertrouwenspersoon van het schoolbestuur.  Ook de aangestelde vertrouwenspersoon gaat eerst na of de klager getracht heeft om het probleem met de aangeklaagde, de directeur en/of clusterdirecteur op te lossen. De rol van de vertrouwenspersoon kan verder bestaan uit:

 

Middels de contactpersonen van onze school kunt u vernemen tot welke vertrouwenspersoon u zich kunt wenden. De naam en adres van de contactpersoon en de vertrouwenspersonen vindt u terug in onze jaarkalender. De verdere procedure staat vermeld in de "Klachtenregeling RVKO primair en voortgezet onderwijs", welke op school ter inzage ligt.

 

 

7.6 Schoolmaatschappelijk werk

 

Opvoeden is niet altijd even makkelijk! Er kunnen heel wat vragen en of zorgen zijn omtrent uw kind. Deze vragen kunnen te maken hebben met de ontwikkeling of het gedrag van uw kind. Maar ook een gebeurtenis zoals scheiding of het verlies van een dierbare kan vragen en zorgen oproepen, hoe kunt u in zo’n situatie uw kind ondersteunen en er voor u zelf zijn?

Wanneer u met dit soort vragen zit kunt u langskomen bij het schoolmaatschappelijk werk. Het schoolmaatschappelijk werk is ervaren in het omgaan met problemen en vragen die met gedrag en opvoeding te maken hebben. Een praktische tip kan soms een heel ander licht op de zaak werpen. De schoolmaatschappelijk werkster is op maandagmiddag aanwezig en heeft van 13.15 tot 13.45 uur inloopspreekuur. U kunt haar vinden in de kamer  van de interne begeleiding aan de E.Belinfantestraat 3 en A.Frankstraat 26

 

 

 

7.7. Wet bescherming persoongegevens (WBP)

In toenemende mate wordt in de samenleving en in het onderwijs gebruik gemaakt van digitale communicatieapparatuur waaronder computers. Ook wij  informeren onze ouders/verzorgers via onze website en digikrant. Bij het informeren van ouders/verzorgers over activiteiten wordt gebruik gemaakt van geschreven teksten, foto’s en eventueel  video-opnamen. 

Op grond van artikel 8 Wet Bescherming Persoonsgegevens mogen deze gegevens alleen op internet worden getoond, indien u daar toestemming voor heeft verleend. Hier hoeft u niets voor te doen. Wanneer u geen toestemming verleent, dan moet u dit schriftelijk aan de directie van de Maasoever kenbaar maken. Wij zullen dan passende maatregelen moeten nemen. U begrijpt dat er dan veel extra werk verricht moet worden en hopen dan ook dat u positief staat tegenover het plaatsen van o.a. foto’s van uw kinderen op onze website.

 

 

8.      De zorg voor "onze" kinderen.

 

8.1 Wennen

Als u uw kind op school doet, geeft u uw kostbaarste bezit uit handen. Voor de kinderen geldt dat zij ineens in een heel andere omgeving terecht komen. Als school proberen wij dan ook zoveel mogelijk de kinderen op te vangen, zodat deze overgang, of die nu van de thuissituatie, of van school naar school is, zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit gebeurt voornamelijk door wat extra aandacht in de klas en af en toe een gezellig gesprekje.

Voor de "nog-niet-vierjarige-kleuters" heeft de school vijf wentijden beschikbaar. Op deze wendagen komt het kind een ochtendje op school, zodat hij/zij langzaam kan wennen aan het dagritme dat bij het naar school gaan hoort. Als uw kind is ingeschreven op school, dan krijgt u vanzelf de wendagen, in overleg, thuis gestuurd.

 

8.2 Rapportage

Vanzelfsprekend wilt u op de hoogte worden gehouden van de vorderingen van uw kind. Dit gebeurt door middel van het schoolrapport.

Dit rapport voor de groepen 3 t/m 8 krijgt uw kind driemaal per jaar mee naar huis. U kunt het dan rustig thuis doornemen samen met uw zoon of dochter. Bij de rapportage is ook een mogelijkheid voor een gesprek. U wordt daarvoor 's middags of 's avonds in de gelegenheid gesteld middels een tien-minutengesprek. Wij zijn ons er zeer van bewust dat tien minuten niet altijd voldoende zijn, maar mocht daartoe aanleiding zijn, dan is het altijd mogelijk een extra gesprek aan te gaan. Voor de leerlingen in de kleutergroepen geldt, dat zij 2 maal per jaar een rapport krijgen. Bij deze rapportage is natuurlijk ook de mogelijkheid tot een gesprek met de leerkracht.

 

8.3 Begeleiding naar het voortgezet onderwijs

In groep 8 zult u voor uw kind een keuze moeten gaan maken voor een school voor Voortgezet Onderwijs. Gedurende dit laatste jaar krijgt u de kans om zich te oriënteren.

Daartoe worden er op de verschillende scholen diverse voorlichtingsavonden georganiseerd. Verder bezoeken de leerlingen samen met de leerkracht enkele scholen in Spijkenisse en doen de leerlingen mee aan de CITO Eindtoets die een onderdeel van de schooladviesprocedure vormt. Tijdens het eerste rapportgesprek, krijgt u een voorlopig advies. Dit advies wordt zorgvuldig samengesteld door de leerkrachten en directie van de Maasoever op grond van leerlingresultaten, inzet, motivatie en het Leerling Volg Systeem (LVS). Als eerste gegeven vinden wij het schooladvies het belangrijkst. Immers, al die jaren op onze school moet een goed beeld kunnen geven over de leerprestaties en emotionele ontwikkeling van uw kind.  Dit jaar zullen we starten met het Nio. Het Nio is een onderzoek op zowel cognitief als ook op sociaal emotioneel gebied. Op veel scholen van het VO werd dit onderzoek al gehouden. Nu dit op de basisschool al gebeurd, zal het dan niet meer in het VO gebeuren. Tijdens een aparte avond zullen de ouders van de groepen 8 hierover worden geïnformeerd. Verder zullen alle leerlingen van de groepen 8 meedoen aan het drempelonderzoek. Het Nio en drempelonderzoek komen dan in plaats van de Cito eindtoets. Dit is een breed gedragen standpunt van alle basisscholen in Spijkenisse. De uitslagen zullen vanzelf met de ouders besproken worden. Evenals het voorlopige advies.

Nadat u ons definitieve advies ontvangen heeft, kunt u uw kind zelf aanmelden op de school van het Voortgezet Onderwijs van uw keuze. Wij als school zullen zorgen dat alle gegevens die van belang zijn voor de aanmelding van uw kind op de betreffende school aanwezig zijn. Als uw kind eenmaal op het vervolgonderwijs zit, dan is er nog regelmatig overleg tussen de scholen, zodat wij ook dan nog uw kind kunnen volgen.

 

8.4 Huiswerk

In het Voortgezet Onderwijs is het huiswerk een dagelijks gebeuren. Het is daarom ook goed als de kinderen op de basisschool al geleerd hebben om met het huiswerk om te gaan. Op deze manier zullen de leerlingen geleidelijk bekend gemaakt worden met een aspect van het voortgezet onderwijs. Wij vinden niet de hoeveelheid belangrijk, maar wel de wijze waarop zij het werk leren verdelen en aanpakken. Rust, een vast huiswerkritme en inzet zijn belangrijke aspecten voor het "leren leren".

Onze definitie van huiswerk is: “Huiswerk is stof die thuis gemaakt of geleerd dient te worden, welke verplicht is voor de hele klas en welke wordt gecontroleerd door middel van een toets, nakijken, een spreekbeurt of een andere werkvorm.”

 Het thuis (vrijwillig) oefenen van tafels, lezen, rekenen en dergelijke wordt niet tot huiswerk gerekend. Het is uiteraard wel zo dat dit een grote bijdrage kan leveren aan de voortgang van de (leer)ontwikkeling van uw kind.

De opbouw in het aanbieden van ons huiswerk is als volgt:

- groep 4:         +/- 10 keer per jaar tafels (inoefenen).

- groep 5:         1 keer per jaar een spreekbeurt en 3 keer per maand leerwerk voor de aardrijkskunde –en geschiedenistoetsen.

- groep 6:         1 keer per jaar een spreekbeurt, 1 keer per jaar een werkstuk en 4 keer per maand leerwerk voor de toetsen wereldoriëntatie.

- groep 7:         2 á 3 keer per week huiswerk.

- groep 8:         iedere dag huiswerk.

 

8.5       Overplaatsing en herverdeling van leerlingen

Het kan wel eens voorkomen dat in het kader van de ontwikkeling van een leerling/en of groep, overplaatsing naar een andere groep of herverdeling van leerlingen een goede oplossing kan zijn. Dit gebeurt in overleg met team en MR

 

8.6    Buitenschoolse activiteiten

Wij vinden het ook belangrijk dat leerlingen mee kunnen doen aan buitenschoolse activiteiten. Te denken valt aan een voorleeswedstrijd, een sporttoernooi, schaken e.d. Vanuit school vindt hiervoor dan de inschrijving plaats. Ouders en leerkrachten zullen de leerlingen tijdens deze activiteiten begeleiden.

 

9.      De zorgverbreding op de Maasoever.

 

In dit stukje willen wij u informeren, hoe het met de extra zorg op onze school voor de leerlingen is gesteld. Bij de meeste van onze leerlingen verloopt het leerproces zonder veel problemen. Belangrijk is het dat je eventuele leerhiaten vroegtijdig kan opsporen en daar wat aan kan doen.

 

9.1 Signaleren

Als leerkracht moet je natuurlijk alert zijn op het signaleren van leerhiaten. Resultaten geven vaak al een indicatie. Toch vinden wij dat je als school alle kinderen moet blijven volgen. Wij hebben op school een leerlingvolgsysteem, waarin alle kinderen worden gevolgd vanaf het moment dat ze de Maasoever betreden. Dit gebeurt middels een aantal screeningsmomenten door het jaar heen.

In de groepen 1-2 wordt gebruik gemaakt van het ontwikkelingsvolgmodel van Dick Memelink: het OVM-JK.

In de groepen 3 t/m 8 worden naast de toetsen die bij de methodes horen, ook cito-toetsen afgenomen. Dit houdt in  dat alle kinderen in de groepen 3 t/m 7  2 maal per jaar gescreend worden op het gebied van rekenen en spelling en 3 maal per jaar voor het technisch lezen. Dit laatste geldt, totdat ze AVI 9 hebben bereikt. Voor begrijpend lezen worden ze eenmaal per jaar gescreend.

Het doel van deze screening is om vroegtijdig eventuele problemen te signaleren. Aan de hand van deze uitslagen wordt dan bekeken of extra hulp in de klas gewenst is. Vaak is verder onderzoek binnen de school, middels een klein taal-, lees- of rekenonderzoek voldoende. Aan de hand van de ervaringen van dit onderzoek kan dan extra werk worden aangeboden. Het gaat hier dan met name om een tijdelijk hiaat binnen de ontwikkeling van het kind, welke binnen de groep, school kan worden opgevangen.

Daarnaast zullen alle leerlingen op sociaal emotioneel gebied gevolgd en geregistreerd worden. Hiervoor gebruiken we ook OVM voor de groepen 3-8. Voor de groepen 1 en 2 was dit al zo.

 

9.2 Externe begeleiding

Ook komt het wel eens voor, dat wij als school graag geadviseerd willen worden over een leerling. Hiervoor kunnen wij een beroep doen op het CED.(Centrum Educatieve Dienstverlening)
Zij staan ons met raad en daad bij in het begeleiden van onze leerlingen. Daarom hebben onze interne begeleiders, die  belast zijn  met zorgverbreding, iedere week  een gesprek met de leerlingbegeleider van het CED. Samen bespreken zij het zorgverbredingproces van de kinderen van onze school die op dat moment daarvoor in aanmerking komen. Via deze leerlingbegeleider kunnen wij de beschikking krijgen over extra hulpmaterialen en/ of deskundigheid. Bij dit laatste kunt u denken aan adviezen en indien dat nodig mocht blijken, ook verder onderzoek.

 

9.3 Specifieke hulp

Stel dat er met uw zoon of dochter bepaalde problemen zijn, dan bent u als ouder hier zeker al van op de hoogte gebracht. Na overleg met onze leerlingbegeleider kunnen we u dan adviseren over bijvoorbeeld een andere aanpak binnen de school, verder onderzoek of plaatsing op een andere school. Dit laatste gaat niet zomaar. Om een goede zorg aan kinderen met specifieke onderwijsbehoefte te kunnen geven, werken we samen met andere scholen in Spijkenisse en met de Speciale School voor Basisonderwijs in een Samenwerkingsverband.

Binnen dit samenwerkingsverband is een goed functionerend systeem ontwikkeld waarmee wij de kinderen kunnen volgen. Het is de taak van het samenwerkingsverband om ook die kinderen die extra zorg nodig hebben die zorg te bieden. Zo kan het voorkomen dat kinderen tijdelijk geholpen worden door een leerkracht van de speciale school voor basisonderwijs. Het totaal aan zorgvoorzieningen is beschreven in het Zorgplan dat op school ter inzage ligt.

Het samenwerkingsverband heeft een Permanente Commissie Leerlingenzorg: de PCL. Als een ouder een leerling bij de PCL aanmeldt, beoordeelt deze of het noodzakelijk is om een leerling op een speciale school voor basisonderwijs te plaatsen. Als dit het geval is geeft de PCL een beschikking af. De beschikking wordt pas afgegeven als gebleken is dat een basisschool geen adequaat onderwijs- of hulpverleningsaanbod kan bieden en indien door de Advies Commissie van het verband reeds verschillende niveaus van zorg zijn verkend of toegepast.

Aan deze onderzoeken zijn geen kosten verbonden. De hulpverlening heeft een vrijwillig karakter en u blijft als ouder verantwoordelijk en heeft ook de vrijheid om deze adviezen al dan niet op te volgen. Natuurlijk blijven de gegevens van uw kind vertrouwelijk.

 

9.4 Vlotte leerlingen

Bij de zorgverbreding moeten we ook de kinderen niet vergeten die alles wat sneller opnemen dan de gemiddelde leerling. En u vraagt zich wellicht af of die leerlingen een probleem vormen? Vaak niet, maar onze zorg is erop gericht, dat alle kinderen, zowel de uitvallers, de gemiddelde leerling en zij die net iets meer kunnen behappen, extra zorg behoeven.

Al de gegevens van deze leerlingen worden verzameld in het leerlingvolgsysteem om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van uw zoon of dochter. U zult begrijpen dat wij een goede communicatie met thuis zeer belangrijk vinden. Komt u derhalve gerust praten met de groepsleerkracht als u vermoedt dat uw kind een probleem heeft. Dit jaar starten we met een plusklas voor onderbouw en midden/bovenbouw leerlingen.

 

9.5 Zittenblijven

U kent die term vast nog wel van vroeger. En zoals het vroeger was, zo gaat dat tegenwoordig niet meer.Toch kan het wel eens voorkomen dat wij u adviseren uw zoon of dochter te laten zitten. Dit kan zijn, omdat bijvoorbeeld het kind nog niet toe is aan een volgende groep.
Herhaling van bepaalde stof zou een goede oplossing kunnen zijn, zodat het kind beter toegerust naar een volgende groep kan gaan. Wij als school, nemen  na overleg met de ouders, uiteindelijk de definitieve beslissing over het zittenblijven. Het mag duidelijk zijn dat het hier  niet gaat om een strafmaatregel, maar een besluit waarmee wij, ouders en school, uw kind kunnen helpen.

 

 

9.6       Leerlingbespreking

De ontwikkeling van alle leerlingen wordt op school door de leerkrachten nauwlettend in de gaten gehouden. Regelmatig wordt er getoetst of de leerlingen de aangeboden leerstof wel begrepen hebben.

Ook de observatiegegevens van de leerkrachten zijn erg belangrijk. Al deze gegevens worden in de leerlingenbespreking besproken. Wanneer een leerkracht signaleert dat een kind leer- of gedragsproblemen heeft, wordt contact gezocht met de ouders en in onderling overleg geprobeerd om tot een oplossing te komen.

De gesprekken zijn vertrouwelijk en het doel is om een mogelijk probleem groot of klein zowel op leergebied als op het gedrag van een kind vroegtijdig te onderkennen om dan zo snel mogelijk hulp te kunnen bieden. Bij twijfel over de juiste aanpak kan in overleg met de ouders een nader onderzoek worden aangevraagd door een medewerker van de Onderwijs Begeleidingsdienst. De interne begeleider  coördineert de zorgverbreding in school.

 

 

9.7 Klassenverkleining

Regelmatig krijgen we de vraag hoe de klassenverkleining op de Maasoever wordt geregeld. De formatie welke voor de onderbouw beschikbaar wordt gesteld, zetten we hier daadwerkelijk voor in.

 

9.8 Onderwijskundig Rapport

Als uw zoon/dochter op onze school wordt ingeschreven en afkomstig is van een andere school, dan ontvangen wij via de oude school een onderwijskundig rapport. Hierin staan een aantal zaken  om de overgang van school zo soepel mogelijk te laten verlopen. Als uw kind tussentijds onze school verlaat, dan zullen wij zorgen dat het onderwijskundig rapport en het bewijs van uitschrijving naar de nieuwe school worden gestuurd. Ook voor de leerlingen, die naar het voortgezet onderwijs gaan, wordt een  onderwijskundig rapport gemaakt en opgestuurd.

 

9.9 Leerlingen met een handicap

In principe zijn alle kinderen welkom bij ons. Ook kinderen met een handicap. Bij aanmelding van een gehandicapt kind bekijken we of verwacht mag worden dat het team deze gehandicapte leerling kan begeleiden zonder dat de leerling en/of andere leerlingen tekort komen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin de grens aan de zorg voor de kinderen wordt bereikt:

 

·         Verstoring van rust en veiligheid;

Indien een leerling een handicap heeft die ernstige gedragsproblemen met zich meebrengt, leidend tot een ernstige verstoring van de rust en de veiligheid in de groep, dan is voor ons de grens bereikt waardoor het niet meer mogelijk is om kwalitatief goed onderwijs aan de gehele groep en aan het betreffende kind met een handicap te bieden.

·         Interferentie tussen verzorging/behandeling – onderwijs;

Indien een leerling een handicap heeft die zodanige verzorging/behandeling vraagt dat daardoor zowel de zorg en behandeling voor de betreffende leerling als het onderwijs aan de betreffende leerling onvoldoende tot zijn recht kan komen, dan is voor ons de grens bereikt waardoor het niet meer mogelijk is om kwalitatief goed onderwijs aan het betreffende kind met een handicap te bieden.

·         Verstoring van het leerproces voor andere kinderen;

Indien het onderwijs aan leerlingen met een handicap een zodanig beslag legt op de tijd en de aandacht van een leerkracht dat daardoor de aandacht en tijd voor de overige (zorg)leerlingen in de groep onvoldoende of in het geheel niet kan worden geboden, dan is voor ons de grens bereikt waardoor het niet meer mogelijk is om kwalitatief goed onderwijs te bieden aan (zorg)leerlingen in de groep.

 

9.10 Rugzakprotocol:

De rugzak is een andere naam voor de wet op de leerling gebonden financiering (lgf-wet). Deze wet geeft ouders van een kind met een handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere school zijn of een school voor speciaal onderwijs. De rugzakwetgeving voor kinderen in het basis –en voortgezet onderwijs.

Wanneer ouders kiezen voor een reguliere school en de leerling extra voorzieningen nodig heeft, kunnen de ouders een leerling gebonden budget aanvragen. Het kind neemt dit budget als het ware in een rugzakje met zich mee. Uit de rugzak kunnen zaken worden bekostigd als extra formatie, ambulante begeleiding etc. Vanaf augustus 2003 kunnen ouders met een gehandicapt kind zich aanmelden voor toelating op de Maasoever. Er is hier een protocol voor opgezet welke  bij de directie is op te vragen en terug te vinden is in ons schoolplan.

 

 

9.11 Gedragsprotocol

Met ingang van het schooljaar 2007-2008 is er een gedragsprotocol op onze school van kracht. Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met gedrag van kinderen, ouders en leerkrachten. Daarnaast bevat dit protocol ook gedragcodes t.a.v pestgedrag, voorkomen ongewenst seksueel gedrag en voorkomen discriminatie. We verwijzen hiervoor naar de bijlage in deze schoolgids,  waarin gedrag en veiligheidsbeleid uit het schoolplan is overgenomen. (de hoofdstukken 26 t/m 30)

 

9.12 Verstrekte gegevens door ouders:

De gegevens die door de ouders (voogden) aan de school verstrekt worden en de resultaten van testen en toetsen van de leerlingen worden door de school gebruikt om twee redenen en wel:

 

  1. Schooladministratieve redenen:

De school is verplicht om een leerling administratie te voeren. Deze gegevens verzameling valt onder het vrijstellingsbesluit van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

  1. Leerlingbegeleiding:

De door de leerling behaalde resultaten spelen een belangrijke rol bij het begeleiden van de leerlingen. Ook deze administratie is vrij van meldingsplicht door het vrijstellingsbesluit van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

 

Daarnaast worden deze gegevens opgenomen in een gegevensverzameling die de gegevens verwerkt tot statistische informatie ten behoeve van de evaluatie van het onderwijskundig beleid van de school en het gemeentelijk onderwijsbeleid.

 

9.13   Informatieplicht aan ouders

Iedere ouder heeft in principe recht op informatie van de school over zijn/ haar kind. Dat is ook het uitgangspunt van onze school. Er zijn echter wel verschillen. De ene ouder heeft recht op meer informatie dan de andere. Dit heeft dan te maken met de wettelijke hoedanigheid waarin de ouders verkeren.

Ouders die met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en die het gezag over hun kinderen hebben, ontvangen alle informatie over hun kind(eren). Dit geldt ook voor ouders die gescheiden zijn, die niet meer bij elkaar wonen en die wel het gezag over hun kind(eren) hebben, 

Ouders die geen gezag (meer)  hebben over hun kind, hebben recht op informatie over hun kind. Het betreft dan alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en evt. sociaal-pedagogische ontwikkelingen op school.

10.  Ouders binnen de school.

 

Aan de ouderparticipatie wordt op de Maasoever veel belang gehecht. Ouders kunnen door mee te werken aan activiteiten binnen de school op een leuke manier in aanraking komen met de werkwijze op de Maasoever en kennis maken met leerkrachten, leerlingen en overige ouders.

 

10.1 Rol van de  ouders

·         Het samenwerken bij de activiteiten versoepelt het contact tussen leerkrachten en ouders;

bescheidener wijze plaatsvinden;

 

Wij verwachten van de ouders dat:

 

10.2 Inspraak

Inspraak van ouders op school is op de Maasoever structureel geregeld. Door zitting te nemen in de medezeggenschapsraad  (MR) of de ouderraad (OR) krijgt u de gelegenheid invloed uit te oefenen op het beleid van de school.

10.2.1 Bestuurlijk beleid

Inspraak door ouders vindt plaats via de oudergeleding van de MR.

10.2.2 Dagelijkse gang van zaken

Inspraak door ouders vindt plaats via de ouderraad.

Aangezien sommige zaken zowel betrekking hebben op het bestuurlijk beleid als op de dagelijkse gang van zaken vindt er door de oudergeleding van de MR en de leden van de ouderraad regelmatig overleg plaats en bezoekt men elkaars vergaderingen.

 

Informatievoorziening naar de ouders toe vindt plaats op de volgende manieren:

Schoolgids

Deze gids bevat algemene, niet sterk aan wijzigingen onderhevige informatie over de school en wordt jaarlijks aangepast.

Jaarkalender

De jaarkalender onderdeel van de schoolgids, bevat algemene meer variabele informatie over de school en wordt eens per jaar uitgegeven.

Schoolkrant

De schoolkrant bestaat uit een algemeen gedeelte waarin informatie gegeven wordt door de school en overige organisaties (b.v. de bibliotheek) en een kindergedeelte, verzorgd door de leerlingen. De schoolkrant wordt 2 maal per jaar uitgegeven.

Nieuwsbrieven

Nieuwsbrieven bevatten actuele informatie over de school en worden enkele malen per jaar uitgegeven.

Informatieavond

Aan het begin van het schooljaar krijgen de ouders de mogelijkheid kennis te maken met de groepsleerkracht van hun kind. In het eigen klaslokaal van hun kind geeft de leerkracht informatie over de vakken en de weekindeling van het nieuwe schooljaar. De lesmaterialen die gebruikt gaan worden liggen ter inzage en worden toegelicht door de leerkracht.

Thema-avond

Eens per jaar vindt er een algemene thema-avond plaats. Het thema wordt in overleg met de ouders op school gekozen. Afhankelijk van het thema wordt een extern deskundige als spreker uitgenodigd.

Website

Veel van de hiergenoemde informatie kunt u terugvinden op onze website: http://www.maasoever.nl/

 

11.   De Medezeggenschapsraad.

 

Wat is een medezeggenschapsraad en wat doet deze raad voor u en uw kinderen?
In het volgende stukje proberen we hier een antwoord op te geven, zodat u weet waar u kunt aankloppen voor advies of uw mening ten behoeve van de schoolorganisatie en zaken die de MR aangaan.De plaats van de medezeggenschapsraad is te opereren binnen het krachtenveld van het bevoegd gezag (RVKO), directie, personeel, onderwijs ondersteunend personeel, ouders en leerlingen in het belang van goed onderwijs binnen de doelstellingen van de school.

 

11.1 De Wet op de medezeggenschap.

De MR bestaat uit een aantal leerkrachten en een gelijk aantal ouders. De aantallen hiervan worden bepaald door het aantal leerlingen op school. De directie heeft binnen de MR een adviserende functie.
Het doel van dit orgaan MR is het beïnvloeden en toetsen van het beleid. De MR is een beleidsorgaan en formeel de overlegpartner van het bevoegd gezag (directie). Verder behartigt de MR de belangen van de achterban in overleg met het bevoegd gezag. De taken van de MR zijn samen te vatten in het vertegenwoordigen van ouders en leerlingen; participatie in besluitvorming; toetsing en dialoog.

Verder is er vanuit de RVKO een GMR opgericht voor alle scholen die vallen onder dit Bestuur.

 

11.2 Adviesrecht en instemmingsrecht

De adviesbevoegdheid regelt dat het schoolbestuur serieus moet reageren op elk advies van de MR. Dit betekent overigens niet, dat ieder advies ook overgenomen moet worden. De instemmingbevoegdheid regelt dat het schoolbestuur zonder instemming van de MR geen besluiten kan nemen die onder het instemmingsrecht vallen. Deze rechten zijn uitgewerkt in artikel 6 en 7 in de wet op de medezeggenschap. Op verzoek kunnen deze artikelen altijd geleverd worden door een van de zittende MR-leden.

 

11.3 “Wat doet de MR, waar houdt zij zich mee bezig?”

De MR houdt zich bezig met het jaarlijkse activiteitenplan. Zij toetst de voorstellen vooraf en evalueert samen met de directie de beschreven activiteiten. De MR houdt zich bezig met het formatieplan van de school. In overleg met de directie wordt gekeken naar bijvoorbeeld het aantal stagiaires, nieuwe ontwikkelingen, klassengrootte, het splitsen van groepen e.d. De MR checkt het ARBO beleid. Hieronder vallen het beleid van de arbeidsomstandigheden, veiligheid, gezondheid en welzijn op de Maasoever. Een voorbeeld hiervan is het checken en mede ontwikkelen van het calamiteitenplan op school. De MR adviseert het bestuur van de vereniging t.a.v. wijzigingen die ingrijpend kunnen zijn. Indien nodig houdt de MR de vinger aan de pols bij beleidszaken. De MR heeft zitting in de commissie tussenschoolse opvang.

Wij zijn ons ervan bewust dat deze samenvatting niet een volledig beeld geeft, maar een idee. Wij willen een ieder vragen die suggesties heeft t.a.v. de taken van de MR met ons mee te denken. U kunt dit schriftelijk of mondeling doen middels het aanspreken van een MR ouder of leerkracht. De namen van de MR leden, treft u aan in de kalender. Het emailadres is: mr@maasoever.nl

 

12.  De ouderraad en de ouderbijdrage.

 

12.1 Taakstelling van de ouderraad

·         Het contact tussen ouders en school te bevorderen;

 

12.2 Organisatie

De ouderraad is een zelfstandig functionerende raad. De ouderraad heeft een dagelijks bestuur bestaande uit een voorzitter, een penningmeester, een secretaris en coördinatoren.
Aan het begin van ieder schooljaar vindt er een jaarvergadering plaats waarvoor alle ouders worden uitgenodigd. De ouderraad legt verantwoording af over het gevoerde beleid van het afgelopen schooljaar en brengt de begroting en een voorstel voor de hoogte van de ouderbijdrage voor het komende schooljaar ter stemming. De ouderraad werkt volgens een door de jaarvergadering goedgekeurd reglement. Ouders / wettelijke verzorgers kunnen zich als kandidaat aanmelden, bij meer aanmeldingen dan vacatures volgen er verkiezingen.

 

12.3 Ouderbijdrage

Een aantal activiteiten die in samenwerking met het team georganiseerd wordt brengt kosten met zich mee (b.v. Sinterklaas, Kerstviering, Carnaval). Tevens zijn er zaken die wel belangrijk zijn maar die niet door de overheid gesubsidieerd worden (b.v. verzekeringen, lidmaatschap Nederlandse Katholieke Oudervereniging).

Om deze kosten te dekken wordt aan de ouders per leerling een  vrijwillige  bijdrage gevraagd. Voor het voldoen van de ouderbijdrage ontvangen ouders van de penningmeester een schrijven, waarin de mogelijkheid wordt geboden de ouderbijdrage te voldoen. Bij het inschrijfformulier kunnen ouders aan geven, dat ze vrijwillige ouderbijdrage willen voldoen.

Na 1 november ontvangen die ouders van wie wij nog geen ouderbijdrage hebben ontvangen een overeenkomst. Hierin kunnen zij aangeven of zij de gehele ouderbijdrage voldoen of een gedeelte van de ouderbijdrage. Is dit laatste het geval, dan dienen de ouders ook aan te geven aan welke activiteiten het kind gaat deelnemen. Indien betaling een probleem vormt, kan men hierover contact opnemen met de directie. Jaarlijks in de jaarvergadering van de Ouderraad wordt het definitieve bedrag  van de ouderbijdrage vastgesteld.

 

13.  Activiteiten en hulpouders.

 

We vinden het als school belangrijk onze ouders zo veel mogelijk bij schoolse zaken te betrekken. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat er van de zijde van de school een goede informatieverstrekking is. Daarnaast wordt regelmatig een beroep op de ouders gedaan om de school bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten te ondersteunen. Omdat op de Maasoever veel belang wordt gehecht aan veiligheid, (begeleiding gymzaal/school, sporttoernooien, excursies, etc.) extra aandacht (niveau lezen) en extra activiteiten (carnaval, jaarafsluiting, etc.) zijn hulpouders een zeer belangrijke schakel in de organisatie. Wij prijzen ons gelukkig met het feit dat de betrokkenheid van ouders bij de school groot genoemd kan worden.

 

13.1 Activiteiten

U ontvangt via de contactouder van de groep van uw kind of vanuit de ouderraad bericht over eventuele deelname aan activiteiten binnen of rond de school. U kunt hierbij dus denken aan lesondersteunende hulp (niveau lezen), die altijd plaats vindt onder verantwoordelijkheid van de leerkracht. In de meeste gevallen betreft het echter andere activiteiten, zoals begeleiding bij sporttoernooien en excursies en bijdragen aan de voorbereiding en organisatie van zaken als sinterklaas, kerstmis, carnaval etc.

 

13.2 Coördinatie

Iedere activiteit wordt in principe gecoördineerd door 2 teamleden en 2 ouderraadleden. Per activiteit wordt er een oproep gedaan  voor hulp ouders.


 13.3 Hulpouders

Enkele belangrijke punten met betrekking tot het inzetten van hulp ouders:

 

 

14.  Buiten en tussen schoolse opvang op de Maasoever.

 

Bij de wet op het basisonderwijs, is iedere school verplicht Buiten en tussen schoolse opvang te hebben geregeld. Bij ons op school wordt het TSO (overblijven) volledig geregeld en verzorgd door een TSO commissie. Op de Maasoever mag ieder kind, zonder opgave van reden, overblijven. Voor de Buiten schoolse opvang hebben we de SKS en Mundo.

 

14.1 Organisatie

De school heeft een commissie tussenschoolse opvang, bestaande uit overblijf coördinatoren (2 coördinatoren, 2 leden van de medezeggenschapsraad en 2 leerkrachten). Deze commissie regelt de organisatie van het overblijven. Het overblijfreglement is op aanvraag op school verkrijgbaar. Indien er vragen of problemen zijn omtrent het overblijven kunnen die aan de TSO commissie gemeld worden. De overblijfcoördinatoren zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de dagelijkse gang van zaken. Middels de VBKO verzekeringen hebben wij de WA voor overblijfouders geregeld. Met onze TSO zijn we aangesloten bij een overkoepelende organisatie van Ouders en Co.

 

14.2 Aanmelden/afmelden

Op iedere locatie is 's ochtends een coördinator aanwezig bij wie de kinderen aangemeld kunnen worden voor het overblijven van die dag. Afhankelijk van het aantal aangemelde kinderen stellen zij vast hoeveel overblijfouders er die dag nodig zijn. Op de Maasoever wordt gewerkt met de regel dat er 1 overblijfouder is voor 12 kinderen met een eventuele  uitloop naar maximaal  15 kinderen.
In principe wordt gewerkt met een vaste groep overblijfouders per dag en enkele reserve overblijfouders. Voor vaste overblijvers geldt bovenstaande aanmeldingsregel niet. Ouders kunnen hierover afspraken maken met de overblijfcoördinatoren. Vaste overblijvers moeten wel afgemeld (telefonisch of schriftelijk) worden als ze in tegenstelling tot gemaakte afspraken niet overblijven, b.v. bij ziekte of vakantie.

 

14.3 Tijdsindeling

·         12.00 uur:

De kinderen uit de groepen 1 t/m 4 worden door de overblijf ouders opgehaald en naar de overblijfruimtes voor de onderbouw gebracht.

De kinderen uit de groepen 5 t/m 8 die overblijven komen zelfstandig naar de overblijfruimten voor de bovenbouw. De kinderen nemen zelf brood, drinken en eventueel een stukje fruit mee. Voor het eten wordt een moment stilte gevraagd voor de kinderen die willen bidden.

 

Na het eten gaan de kinderen afhankelijk van het weer onder toezicht binnen of buiten spelen.

Binnenactiviteiten zijn o.a. knutselen, tafeltennis, spelletjes en video kijken. Voor buiten zijn er o.a. stelten, springtouwen, hoepels, ballen en fietsjes/driewielers aanwezig.

 

·         13.00 uur:

De kinderen uit de groepen 1 t/m 4 worden door de overblijf ouders naar de klassen gebracht. De kinderen uit de groepen 5 t/m 8 gaan zelf naar de klassen toe.

 

 

14.4 Financiën

Uitgebreide informatie over de hoogte van de kosten treft u aan in de jaarkalender.
De overblijfbijdrage wordt gebruikt voor de volgende zaken: vergoeding overblijf ouders, traktaties, klein materiaal (b.v. kleurpotloden, lijm) en spelmateriaal. De financiën worden 1 x per jaar gecontroleerd door een kascontrolecommissie. Het verslag van de tussenschoolse  opvang  wordt op de jaarvergadering besproken.

 

 

 

14.5 Buitenschoolse opvang

Met ingang van augustus 2007 is de wet BSO van kracht.

Als school , in  samenspraak met de MR, is gekozen voor de school als makelaar bij de voor en naschoolse opvang. Op dit moment wordt deze voor en naschoolse opvang verzorgd door de SKS en Mundo. (BBkids).  Met Mundo   is  een convenant  ondertekend. Hierdoor worden voor de leerlingen van de Maasoever een aantal opvangplaatsen gegarandeerd. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met Mundo 0181-680898

 

 

15.  Resultaten.

 

Belangrijk voor goed onderwijs is dat de school zichzelf regelmatig inhoudelijk tegen het licht houdt. Belangrijke vragen hierbij zijn: Wat loopt goed? Wat loopt minder? Wat kunnen we verbeteren? De ontwikkelingen in het onderwijs zijn immers constant in beweging. Als school en team is het belangrijk hier in mee te groeien.

Ouders krijgen middels de ‘INK’-vragenlijst de mogelijkheid hun mening te geven over een aantal zaken die de school betreffen. U kunt dan onder andere denken aan schoolklimaat, het geven van  onderwijs e.d. Deze vragenlijst wordt één keer in de drie jaar aan de ouders meegegeven. De belangrijkste conclusies van de vragenlijst en de daaruit voortvloeiende geplande actiepunten worden uiteraard ook weer aan de ouders bekend gemaakt. Ook aan het team wordt middels deze vragenlijst de gelegenheid geboden haar mening te geven over alle zaken die school betreffen.

 

15.1 Inleiding

De schoolgids kan een goed middel zijn om ouders beter voor te lichten over de verschillende kwaliteitsaspecten van de school. Immers: elke school heeft sterke en zwakke punten. Veel scholen kiezen ervoor deze kwaliteiten middels cijfers tot uitdrukking te brengen. Wij zijn echter van mening dat cijfers een onvoldoende beeld geven van deze kwaliteiten. Deze cijfers kunnen immers worden beïnvloed. Denkt u maar eens aan de instroom van kinderen van andere scholen. Daarnaast geldt ook dat een advies van de basisschool niet alleen voor zichzelf mag spreken. Kinderen ontwikkelen zich immers verder op het Voortgezet onderwijs. Wij als Maasoever kiezen daarom meer voor de beschrijving van hoe wij bij ons omgaan met de speciale zorg. In het hoofdstuk zorgverbreding heeft u hier meer over kunnen lezen.

 

15.2 Overname leerlingen

Leerlingen die reeds eerder een school hebben bezocht, kunnen alleen worden geplaatst als zij beschikken over een bewijs van uitschrijving van de vorige school. Meestal zal hierover door beide scholen contact met elkaar worden opgenomen. Herplaatsing tijdens een lopend schooljaar kan alleen plaatsvinden als hier sprake is van een duidelijke aanleiding (bijvoorbeeld een verhuizing) en met instemming van beide scholen.

 

15.3 Uitstroom leerlingen

Ouders van kinderen die de school verlaten om naar een andere basisschool te gaan, kunnen een kopie krijgen van het onderwijskundig rapport. Het bewijs van uitschrijving wordt door ons naar de nieuwe school gestuurd. Dit geldt niet voor de leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan.

Na de Maasoever breekt er voor onze leerlingen van groep 8 een nieuwe schoolperiode aan.

Aan het begin van het jaar informeren wij u middels de nieuwsbrief waar onze leerlingen naar toe zijn gegaan.

 

 

 

 

 

 

 

15.3. Conclusie inspectieonderzoek

De inspectie heeft in april 2009 de school bezocht  in het kader van het jaarlijks onderzoek. De conclusies van dit onderzoek gaven geen reden aan de inspectie om een intensiever toezicht toe te passen. De aanbevelingen van de inspectie worden door de school ter harte genomen. Dit rapport is ook op de website van de inspectie terug te lezen

 

15.4. Jaarevaluatie

In het schoolplan van de school worden de veranderingsonderwerpen beschreven. Deze plannen worden omgezet in jaarplannen. Jaarlijks gaan wij na of de genoemde doelen zijn bereikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 

        

 

 

 

 

·         Veiligheids en gedragsbeleid uit het schoolplan van de Maasoever

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veiligheid en gedragsbeleid uit het schoolplan van de Maasoever 2008-2012

 

Hoofdstuk 26.        Achtergrond en doelstellingen gedragsprotocol

Zoals we in onze visie op onderwijs aangeven, vinden we het heel belangrijk om op school een pedagogisch klimaat te scheppen waarin kinderen zich veilig en geaccepteerd voelen en waarin teamleden, ouders en kinderen respectvol met elkaar omgaan.

De school moet een veilige plaats zijn, waar geen plaats is voor agressie, geweld, discriminatie, intimidatie, vandalisme of diefstal.

Dit willen we onder meer bereiken door duidelijke regels en afspraken en een transparant beleid ten aanzien van ongewenst gedrag.

 

 

26.1           Doelstellingen van ons gedragsprotocol:

 

 

De gedragscode is bestemd voor:

-          Personeel, ouders en leerlingen van de school

-          Andere personen die in opdracht van de school werkzaam zijn, zoals gastdocenten, vrijwilligers, stagiaires

-          Ouders die ondersteunende werkzaamheden verrichten

-          Bezoekers van de school.

 

26.2  Definiëring van de begrippen

Agressie en geweld:

Het pesten, psychisch of fysiek lastigvallen, bedreigen of aanvallen van anderen.

 

Vandalisme:

Het met opzet vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van andermans bezittingen.

 

Diefstal:

Het heimelijk wegnemen of zich ten onrechtmatig toe-eigenen van andermans bezittingen

 

 

 

 

 

 

Discriminatie:

Het in welke vorm dan ook doen van uitspraken over, het verrichten van handelingen of het nemen van beslissingen over personen die beledigend zijn voor die personen vanwege hun ras, godsdienst, geslacht, beperking, levensovertuiging, leeftijd en/of seksuele geaardheid dan wel het maken van enig onderscheid op basis van deze factoren

 

Intimidatie:

Ongewenste (seksuele) toenadering in de vorm van verzoeken om (seksuele) gunsten of ander verbaal, non verbaal of fysiek gedrag.

 

Hoofdstuk 27.                De schoolregels

 

27.1           Ouders
Van de ouders hebben we de volgende verwachtingen:

 

t.o.v. hun eigen kind(eren);

-          zorgen ervoor dat hun kinderen op tijd op school zijn, voldoende eten en drinken bij zich hebben en weer op tijd opgehaald worden. En dat hun kind kleding draagt dat past bij het jaargetijde.

-          tonen interesse in het wel en wee van hun kind op school en zijn actief betrokken door bijvoorbeeld de ouderavonden te bezoeken en contact te onderhouden met de groepsleerkracht.

t.o.v. andere kinderen en ouders:

-          tonen respect

-          mengen zich niet direct in een conflict wat hun kind op school heeft met een ander kind, maar bespreken dit met de groepsleerkracht, coördinator of directie.

t.o.v. leerkrachten en andere teamleden

-          tonen respect

-          zijn bereid, indien er problemen zijn met hun kind, in gesprek te gaan met de leerkracht, interne begeleider en/of directielid.

 

 

27.2           Teamleden

Van de teamleden hebben we de volgende verwachtingen

 

t.o.v. de kinderen;

-          tonen respect voor de kinderen, door bijvoorbeeld vragen, opmerkingen en problemen van kinderen serieus te nemen

-          zorgen dat de school- en groepsregels duidelijk zijn voor kinderen (abstractere regels in concreet gedrag vertalen, in gesprek gaan bij overtreding van regels etc.)

-          geven het goede voorbeeld in hun omgang met elkaar, ouders en kinderen

 

t.o.v. ouders;

-          tonen respect voor ouders/opvoeders en erkennen dat zij de eerstverantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kind

-          nemen ouders serieus wanneer deze een vraag of probleem bespreekbaar maakt

-          zijn bereid, indien er problemen zijn met een kind, in gesprek te gaan met de ouders, indien nodig met de interne begeleider en/of directielid

-          zijn bereid kritisch naar hun eigen handelen te kijken

-          houden ouders zo goed mogelijk op de hoogte van alle ontwikkelingen die hun kind op school doormaakt

 

 

t.o.v. andere teamleden;

-          dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen op school en voor alle kinderen die de school bezoeken

-          zijn publiekelijk loyaal ten opzichte van elkaar en trekken één lijn in de wijze waarop zij omgaan met ongewenst gedrag van leerlingen

-           

27.3           Leerlingen

Van de leerlingen hebben we de volgende verwachtingen

 

t.o.v. andere leerlingen

-          gaan op een vriendelijke manier met elkaar om

-          proberen om onderlinge problemen op te lossen zonder verbaal of fysiek geweld, indien nodig ondersteund door een leerkracht

-          zijn gezamenlijk, met elkaar en de leerkracht, verantwoordelijk voor een prettige, veilige en open sfeer in de klas waarin ieder kind zichzelf kan zijn.

 

t.o.v. leerkrachten en andere teamleden

-          tonen respect en accepteren het gezag en autoriteit van iedere leerkracht, andere teamleden zoals conciërges en stagiaires en overblijfouders.

 

t.o.v. materialen van de school, van hen zelf of van andere kinderen

-          behandelen spullen met zorg

-          nemen niet onnodig kostbare spullen mee naar school

 

Voor een ieder die de school betreedt, geldt dat

Agressief gedrag (verbaal en/of fysiek), geweld, vandalisme, diefstal, discriminatie en intimidatie niet wordt geaccepteerd.

 

 

 

Hoofdstuk 28.                De klassenregels

 

De schoolregels vormen het kader voor de klassenregels die

-          een vertaling zijn in concreet gedrag

-          een vertaling zijn naar leeftijdsniveau van de betreffende groep

-          een detaillering is naar het omgaan met elkaar binnen de groep

Daarnaast zijn klassenregels vaak afspraken die in de betreffende groep gelden om de organisatie in de groep zo soepel mogelijk te laten verlopen.

De klassenregels worden door de groepsleerkracht, voor zover mogelijk in samenspraak met de kinderen uit de groep gemaakt. Deze regels zijn opgenomen in de klassenmap.

Hoofdstuk 29.                        Ongewenst gedrag

Ongewenst gedrag kan in zwaarte zeer variëren, bijvoorbeeld van een ruzietje op het schoolplein tot het stelen van andermans spullen, het eten van kauwgom tot het structureel pesten van klasgenootjes. Ongewenst gedrag is daarom verdeeld in vijf categorieën, bij iedere categorie behoren specifieke verplichte acties en mogelijke acties.

 

Categorie 1 - Incidentele overtredingen

Incidenteel lesverstorend gedrag, herhaaldelijk maar niet (doel)bewust lesverstorend gedrag, ongehoorzaamheid en/of slecht luisteren, onbeleefdheid t.o.v lkr of andere volwassene, onzorgvuldig omgaan met materiaal, schelden of vloeken (in opwelling/vanuit emotie; binnen proporties), fysiek geweld binnen proporties t.o.v andere kinderen (een klap, een schop e.d. tijdens een ruzie), stiekem gedrag

De groepsleerkracht neemt pedagogische maatregelen om het gedrag van de leerling zodanig te corrigeren dat de leerling, binnen afzienbare tijd het ongewenste gedrag afneemt dan wel verdwijnt

 

Verplichte acties:        geen

Mogelijke acties:         Worden door de lkr zelf bepaald.

 

Eventuele straf wordt altijd mede bepaald door de leeftijd van het kind en de aard van de overtreding. Het is in z’n algemeenheid aan te bevelen een straf zoveel mogelijk te laten samenhangen met de overtreding (bijv. niet meedoen tijdens de kring = buiten de kring plaatsen; niet werken tijdens de les = lesstof verwerken in eigen tijd, enz.)

Daarnaast straffen als voor een beperkte periode (korter dan een dagdeel) naar een andere klas nablijven (altijd ouders op de hoogte stellen!)

 

 

29.2.          Categorie 2 – Aaneenschakeling van incidentele overtredingen of    ernstige misdragingen

Herhaaldelijk overtredingen als onder 1, of moedwillig schade toebrengen aan materiaal, incidenteel pest-/treitergedrag, brutaliteit tov. lkr of andere volwassenen (verbaal en/of non verbaal), schelden of vloeken (ofwel met regelmaat, ofwel in ernstige mate), liegen, oneerlijk zijn

 

Verplichte acties:       

·         ouders op de hoogte stellen van het ongewenst gedrag (schriftelijk, telefonisch of in een gesprek)

·         gesprek met de leerling (oorzaak overtreding, mogelijkheden voor de ll om tot gedragsverandering te komen/het een volgende keer anders aan te pakken)

 

Mogelijke acties:         overleg met IB over mogelijk plan van aanpak in de klas

                                   straf van lkr (zie onder 1)

 

 

29.3.          Categorie 3 – Voortduring van overtredingen als onder 1 en 2

                of ernstiger misdragingen

Voortduring van overtredingen als onder 1 en 2 of stelen (eenmalig ‘klein’ of jonger kind), discriminatie, fysiek geweld tov lkr of andere volwassene, buitenproportioneel fysiek geweld tov andere kinderen, intimidatie of bedreiging andere knd

 

Verplichte acties:       

·         ouders op de hoogte stellen van het ongewenst gedrag in een gesprek (niet schriftelijk of telefonisch), al dan niet ondersteund door IB

·         gesprek met de leerling (oorzaak overtreding, mogelijkheden voor de ll om tot gedragsverandering te komen/het een volgende keer anders aan te pakken)

·         overleg met IB over aanpak in de klas

·         overleg met de coördinator wat betreft straf

·         melding bij directie

 

Mg                    Mogelijke acties:

·         straffen (in overleg met coördinator) als herhaaldelijk nablijven,  uit de klas verwijderen voor bepaalde tijd (dagdeel, dag), uitsluiting van bijzondere activiteit (kerstdiner, schoolreis, enz.)

·         gesprek met ouders over het op een lijn brengen van de benadering van school en thuis van het probleem

·         gesprek met ouders over mogelijke hulpverlening, bijv SMW

·         overleg met IB over mogelijke aanmelding voor breedoverleg of bij zorgteam

 

 

 

 

 

 

 

 

           

29.4.          Categorie 4 – Structureel onaangepast gedrag

Voortduring van onder 1 en 2 genoemde overtredingen of herhaling/voortduring van de onder 3 genoemde ‘ernstiger misdragingen’. Stelen (‘ernstig’, ouder kind)

 

Verplichte acties:       

·         aantekening op logvel ivm dossiervorming

·         overleg met coördinator en directie

·         gesprek met ouders (niet schriftelijk of telefonisch) plus coordinator of directie waarin ouders verplicht worden actie te ondernemen (bijvoorbeeld hulp zoeken, contactschrift bijhouden, onderzoek zorgteam) om aan gedragsverandering mee te werken (zo niet: dringend advies overplaatsing naar andere school) en waarin duidelijk wordt verteld dat de grenzen van de school in zicht komen

 

Mogelijke acties:        

·         straffen (in overleg met directie) als uit de klas plaatsen voor langere of

·         onbepaalde tijd, uitsluiting van bepaalde activiteiten (zwemles, brede school, voor langere of onbepaalde tijd, schorsing (procedure directievademecum rvko)

·         overleg met IB over mogelijke aanmelding bij zorgteam voor ambulante begeleiding aanmelding voor time-out projecten zoals BOS project e.d.

 

 

29.5.                  Categorie 5 – Structureel onaangepast gedrag waar door de school geen of onvoldoende invloed (meer) op uitgeoefend kan worden om gedragsverandering te bewerkstelligen

 

De grens van de school is bereikt. Volgens de richtlijnen van het directievademecum van de RvKO wordt een verwijderingsprocedure gestart (zie verwijderen/schorsen van leerlingen). Gesprek met ouders altijd olv directielid. Overleg over overbruggingsmaatregelen als uit de klas verwijderen, overplaatsen naar andere klas, leerplicht inschakelen, enz.

 

 

Indien ouders of andere bezoekers zich schuldig maken aan agressief gedrag (verbaal en/of fysiek), geweld, vandalisme, diefstal, discriminatie en intimidatie zal  hen door de directie de toegang tot de school ontzegt worden. Hetgeen kan leiden tot verwijdering van de leerling. Gehandeld zal worden volgens de richtlijnen van het directievademecum van de RVKO

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 30         Gedragscodes TC "4.2 Pesten." \l 2

 

30.1.          Gedragscode voorkomen pesten

Pesten is onaanvaardbaar gedrag en vormt een bedreiging voor het individu (met name voor de leerlingen) en voor de sfeer op school. Hieronder is een aantal regels geformuleerd voor zowel leerlingen als leerkrachten.

 

Pestregels leerlingen

 

Pesten van personeel

Pesten komt niet alleen voor tussen leerlingen. Ook personeelsleden kunnen onderling hiermee worden geconfronteerd. Om pesten tegen te gaan kunnen de volgende ‘regels’ worden gegeven:

 

 

30.2.          Gedragscode voorkomen ongewenst seksueel gedrag

 

Schoolcultuur/pedagogisch klimaat

 

 

Eén op één contacten leerkrachten - leerlingen

 

Troosten/belonen/feliciteren e.d. in de schoolsituatie

 

Hulp bij aan-uit-omkleden

 

 

Eerste hulp

 

Buitenschoolse activiteiten

 

 

30.2.1.       MIS project

 

Op onze school zijn 2 functionarissen MIS. De aandachtsfunctionaris MIS ( project voorkoming Mishandeling, Incest en Suïcide) is het aanspreekpunt bij het vermoeden van, of problemen met betrekking tot mishandeling.

 

 

 

30.3.          Gedragscode voorkomen discriminatie

 

Discriminatie kan op verschillende zaken betrekking hebben. Te denken valt aan: huidskleur, levensovertuiging, seksuele voorkeur, volksgewoonten zoals kleding en voedsel, op grond van ziekten enzovoort. 

 

We leven in een multiculturele samenleving. Dit houdt in dat verschillende groepen uit onze samenleving hun eigen cultuur hebben. De schoolbevolking is een afspiegeling hiervan en dit wordt binnen het onderwijs als een verrijking ervaren. Het vraagt wel extra inzet en aandacht/alertheid om tot een goed (pedagogisch) klimaat voor alle leerlingen te komen.

 

Het volgende wordt van iedereen binnen de school verwacht: